Home Blog

Verplichte AOV voor zzp’ers komt dichterbij: dit weten we nu over de BAZ (en wat nog onzeker is)

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen komt opnieuw nadrukkelijk in beeld. Het kabinet werkt aan de Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ): een publieke basisverzekering die zelfstandigen moet beschermen tegen langdurig inkomensverlies bij ziekte.

Voor veel zzp’ers is het onderwerp beladen: een verplichting voelt als beperking van ondernemersvrijheid, terwijl anderen juist wijzen op het gebrek aan vangnet bij langdurige uitval. Eén punt is in elk geval duidelijk: een groot deel van de zelfstandigen is nu niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, en de overheid wil dat veranderen.

In dit artikel zetten we op een rij wat er inmiddels vastligt, wat de BAZ in hoofdlijnen inhoudt, en welke onderdelen nog níet definitief zijn.


Veel zzp’ers zijn onverzekerd tegen arbeidsongeschiktheid

In de praktijk heeft een grote groep zelfstandigen geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dat kan een bewuste keuze zijn (kosten, inschatting van risico’s), maar het betekent ook dat langdurige uitval kan leiden tot forse financiële problemen. Dit is één van de belangrijkste redenen waarom de overheid toewerkt naar een basisvoorziening voor alle zelfstandigen.


Wat is de BAZ precies?

De BAZ is bedoeld als een publieke basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen. In het wetsvoorstel gaat het om inkomstenbelasting-ondernemers, dus niet alleen “klassieke zzp’ers”, maar ook ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap.

De hoofdlijnen zoals ze nu in de voorstellen en toelichtingen terugkomen:

  • De BAZ is een eigen stelsel voor zelfstandigen, los van de WIA voor werknemers.
  • Het UWV beoordeelt arbeidsongeschiktheid en keert uit.
  • De Belastingdienst int de premie.
  • De wachttijd voordat er een uitkering kan starten is 104 weken (2 jaar).
  • De uitkering loopt door tot de AOW-leeftijd en is gemaximeerd rond het niveau van het wettelijk minimumloon(de regeling is dus nadrukkelijk “basis”).

Belangrijk: dit is een basisvangnet. Wie een hogere inkomenszekerheid wil, zal (ook straks) naar aanvullende private opties moeten kijken.


Premie: 5,4% van de winst, met een maximum rond €170 per maand

In het aangepaste wetsvoorstel is de premie verlaagd naar 5,4% van de winst uit onderneming. Er geldt een maximale premiegrondslag van 142,86% van het wettelijk minimumloon, waardoor de maximale premie (bij het toenmalige prijspeil) uitkomt op ongeveer €171 bruto per maand.

Dit bedrag kan door ontwikkelingen in minimumloon en premie-inschattingen later veranderen, maar de systematiek (percentage + maximum op basis van minimumloon) is wel een belangrijk ankerpunt.


Wanneer gaat de verplichte AOV in?

De BAZ gaat op zijn vroegst in 2030. Dat is ook logisch: het voorstel vraagt veel van de uitvoering (UWV-keuringen, premie-inning, processen rond opt-out en samenloop).

Tegelijk is er recente kritiek op uitvoerbaarheid. De Raad van State heeft in december 2025 stevig geoordeeld dat het wetsvoorstel in de huidige vorm “niet of nauwelijks uitvoerbaar” is en adviseert om eerst structurele knelpunten in het bestaande arbeidsongeschiktheidsstelsel aan te pakken. Dit kan invloed hebben op tempo en vorm van de uiteindelijke wet.

Kortom: de ambitie “richting 2030” staat, maar de route ernaartoe is politiek en praktisch nog niet uitonderhandeld.


Cruciaal punt: de peildatum en het overgangsrecht (nog niet definitief)

Voor veel zelfstandigen draait het om één vraag: val ik straks onder de verplichte BAZ of kan ik eruit blijven omdat ik al verzekerd ben?

Daarvoor is de peildatum cruciaal: het moment waarop wordt vastgesteld of je al een private AOV had en dus onder overgangsrecht (“eerbiedigende werking”) valt.

Wat we wél weten:

  • Het ministerie heeft aangegeven dat de peildatum nog niet is vastgesteld.
  • De peildatum hoeft niet gelijk te zijn aan het moment dat de wet wordt aangenomen of ingaat; die kan ook eerder liggen.

Wat we níet zeker weten:

  • Dat de peildatum “zeker in 2026” valt. Dat wordt door adviseurs en marktpartijen wel verwacht, maar is nog geen officieel besluit.

Wanneer ben je vrijgesteld als je al een AOV hebt?

In de huidige plannen geldt: zelfstandigen die vóór de peildatum al een private AOV hebben, kunnen onder het overgangsrecht vallen. De eisen lijken relatief beperkt op één kernpunt na, namelijk de eindleeftijd:

  • De bestaande verzekering moet blijven uitkeren tot minimaal 55 jaar (dus niet stoppen bij bijvoorbeeld 60 is niet per se het probleem; het gaat erom dat de verzekering in elk geval tot 55 doorloopt).
  • Bij overgangsrecht spelen hoogte van het verzekerde bedrag en medische uitsluitingen in de basis geen doorslaggevende rol.

Let op: er circuleren in de praktijk verschillende lijstjes met voorwaarden. De harde lijn uit de berichtgeving en toelichtingen is in elk geval: voor overgangsrecht is de eindleeftijd van 55 jaar een belangrijk ijkpunt, terwijl bij “later instappen” (na peildatum) sneller gelijkwaardigheidseisen gaan gelden.


Na de peildatum: alleen vrijstelling bij een verzekering die minstens gelijkwaardig is

Wie pas na de peildatum een AOV afsluit, kan volgens de plannen alleen vrijstelling krijgen als die private verzekering minstens dezelfde voorwaarden biedt als de BAZ. Denk aan:

  • uitkering pas na ongeveer twee jaar wachttijd,
  • uitkering tot AOW-leeftijd,
  • en geen constructies die de dekking in de praktijk flink beperken.

Dit is precies waarom adviseurs en sommige belangenbehartigers zeggen: wie “zelf regie” wil houden, moet vóór de peildatum keuzes maken. Maar: omdat de peildatum nog niet bekend is, blijft dat vooralsnog een strategische afweging, geen vast advies.


Broodfonds of schenkkring: telt niet als alternatief voor de BAZ

Een belangrijk detail voor veel zzp’ers: deelname aan een broodfonds of schenkkring geldt in de plannen niet als “al verzekerd” voor vrijstelling van de BAZ. Zulke collectieven kunnen wel helpen om een eigen wachttijd te overbruggen, maar vervangen de basisverzekering niet.


Kritiek op de BAZ: veel premie, lage uitkering en lange wachttijd

De belangrijkste inhoudelijke kritiekpunten die je nu terugziet:

  • Wachttijd van twee jaar: je moet langdurig uitvallen voordat je überhaupt iets uit de basisverzekering krijgt.
  • Uitkering op minimumniveau: voor veel zelfstandigen is dat onvoldoende om vaste lasten en levenstijl te dragen.
  • Kosten-batengevoel: veel mensen verwachten jarenlang premie te betalen zonder ooit te incasseren.

Tegelijk is dit precies het karakter van een basisstelsel: solidariteit en minimumvangnet, niet volledige inkomenscontinuïteit.


Wat kun je als zzp’er nu doen?

Zonder vooruit te lopen op persoonlijke financiële keuzes kun je wél een paar praktische checks doen:

  1. Breng je huidige vangnet in kaart
    Heb je een AOV, buffer, partnerinkomen of andere voorziening? Hoe lang kun je uitval opvangen?
  2. Als je al een AOV hebt: controleer de eindleeftijd
    Kijk of je dekking in elk geval tot 55 jaar doorloopt, omdat dat een kernpunt is in het overgangsrecht zoals het nu is uitgewerkt.
  3. Volg de peildatum en het wetgevingstraject actief
    De peildatum is nog niet vastgesteld. Zodra die bekend is, verandert de “ruimte om zelf te kiezen” mogelijk snel.
  4. Houd rekening met uitvoeringsonzekerheid
    De Raad van State is kritisch over de uitvoerbaarheid. Dat kan leiden tot aanpassingen in vorm of tempo.

Conclusie

De verplichte AOV voor zelfstandigen (BAZ) komt dichterbij, met als vroegste invoering rond 2030. De kern van de regeling ligt al redelijk vast: publieke basisverzekering, twee jaar wachttijd, uitkering tot AOW op minimumniveau en premie rond 5,4% van de winst met een maximum rond €170 per maand (prijspeil destijds).

Wat nog níet vastligt — en voor veel zzp’ers juist het belangrijkst is — is de peildatum en de precieze invulling van overgangsrecht en vrijstellingen. Zodra daar meer duidelijkheid over komt, kan dat voor zelfstandigen het moment zijn om keuzes te heroverwegen.


Lees ook andere artikelen m.b.t. dit onderwerp op ZZP Nieuws:

Verdere achtergrond over de verplichte AOV (BAZ)

Verplichte AOV voor zzp’ers: max €171 p/m en 2 jaar wachttijd — geeft concrete detail over premie, wachttijd en de status van het wetsvoorstel bij de Raad van State.

Waarom zzp’ers zich in de praktijk moeten verzekeren

AOV: Waarom zzp’ers zich moeten verzekeren (en risico lopen zonder) — achtergrond over het grote aandeel niet-verzekerden en waarom dit maatschappelijk en persoonlijk risico’s met zich meebrengt.


Bronnen

Deel dit bericht via:

Tweede Kamer fluit kabinet terug over schijnzelfstandigheid: handhaving per 1 januari stopt niet – wat betekent dat voor zzp’ers?

0

Laatst bijgewerkt: 23 december 2025, 07:03

Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

🔔 Update: kabinet verduidelijkt handhaving in 2026

Na publicatie van dit artikel heeft het kabinet verduidelijkt dat de zogenoemde zachte landing bij de handhaving van schijnzelfstandigheid niet volledig wordt verlengd, maar gedeeltelijk. Dit betekent dat in 2026 geen verzuimboetes worden opgelegd, maar dat de Belastingdienst wel naheffingen en vergrijpboetes kan opleggen in gevallen van opzet of grove schuld.

De handhaving wordt daarmee minder streng dan aanvankelijk aangekondigd, maar is ook niet volledig opgeschort.


Gisteren voerde de Tweede Kamer een intens debat over de aanpak van schijnzelfstandigheid en de handhaving van bestaande arbeidsrelaties voor zzp’ers. In zowel een ochtendsessie (10.00–13.00 uur) als een avondvergadering stond één vraag centraal: moet het kabinet per 1 januari 2026 streng gaan handhaven, zoals het zelf wil, of moet er eerst meer ruimte komen voor zzp’ers en opdrachtgevers?

De Kamer trok aan het eind van de avond aan het langste eind: strenge handhaving op 1 januari 2026 gaat voorlopig niet door zoals het kabinet wilde. In dit artikel leggen we uit wat er precies besloten is, waarom dit belangrijk is voor zzp’ers, en wat de volgende stappen zijn in de politieke strijd rond schijnzelfstandigheid.


Kabinet wilde einde zachte landing – Kamer zegt ‘stop’

Demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen (Financiën) kondigde eerder aan dat de zogenoemde zachte landing bij de handhaving van regels tegen schijnzelfstandigheid per 1 januari 2026 zou eindigen. Onder die zachte landing bedoelt het kabinet dat de Belastingdienst eerst vooral voorlichting, waarschuwingen en risicogerichte controles inzet en voorlopig geen boetes of zware sancties geeft bij mogelijke schijnzelfstandigheid.

Heijnen beargumenteerde richting de Kamer dat verdere versoepeling leidt tot stagnatie in de aanpak van schijnzelfstandigheid en dat bedrijven en zzp’ers al lang genoeg de tijd hebben gehad om zich aan te passen. Bovendien zou het kabinet risico’s zien bij de Europese Commissie als de zachte landing wordt verlengd, omdat de aanpak van schijnzelfstandigheid onderdeel uitmaakt van de mijlpalen in het Herstel- en Veerkrachtplan waar Nederland miljarden euro’s uit wil ontvangen.

Maar een meerderheid van de Kamerleden vond dat het kabinet te ver gaat en te weinig rekening houdt met de onrust onder zzp’ers en opdrachtgevers. Zij willen een verlenging van de zachte landing, zodat er meer duidelijkheid komt over de definitieve wetgeving alvorens er strenge boetes en handhavingspraktijken worden ingevoerd.


Wat heeft de Tweede Kamer besloten?

In de debatten hebben Kamerleden breed steun gekregen om de verlenging van het handhavingsmoratorium te eisen tot minstens eind 2026. Dit betekent:

  • De Belastingdienst blijft ook in 2026 eerst risicogericht controleren, met nadruk op voorlichting en communicatie.
  • Zware boetes worden voorlopig nog niet geïntroduceerd zolang de zogeheten zachte landing van kracht blijft.
  • De Kamer wil dat het kabinet met een duidelijk plan komt waarin de handhaving gericht is op structureel misbruik, en niet op zzp’ers die oprecht zelfstandig zijn.

Sinds het debat heeft het kabinet in een Kamerbrief verduidelijkt hoe de verlenging van de zachte landing er in de praktijk uitziet. De zachte landing wordt in 2026 gedeeltelijk voortgezet: er worden geen verzuimboetes opgelegd, maar de Belastingdienst behoudt wel de mogelijkheid om bij duidelijke misstanden naheffingen en vergrijpboetes op te leggen, bijvoorbeeld bij opzet of grove schuld.

Volgens tegenstanders van vroegtijdige strenge handhaving leidt dat beleid nu al tot paniek en onrust bij opdrachtgevers en zelfstandigen, waardoor sommige zzp’ers opdrachtgevers zien wegtrekken of opdrachten zien verdwijnen.


Kabinet blijft bij strakke aanpak – en waarom het bezwaar heeft

Het kabinet houdt vast aan de gedachte dat:

  • De langdurige zachte landing de aanpak van schijnzelfstandigheid te veel vertraagt.
  • Strenge handhaving nodig is om misbruik en oneerlijke concurrentie te bestrijden.
  • Nederland moet voldoen aan Europese afspraken waarin een aanpak van schijnzelfstandigheid als mijlpaal in het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) staat – anders kan een deel van de miljarden aan EU-steun in gevaar komen.

Uit kabinetsbrieven blijkt dat de regering vindt dat een verlenging van de zachte landing door de Europese Commissie gezien kan worden als niet voldoen aan een reeds behaalde mijlpaal, wat mogelijk kan leiden tot kortingen op HVP-uitbetalingen.

Toch wees de Kamer deze redenering grotendeels van de hand: internationale financiële belangen mogen geen excuus zijn voor gebrek aan duidelijkheid en bescherming van zelfstandigen.


Wat betekent dit voor zzp’ers praktisch?

1. Boetes voorlopig nog niet vanaf 1 januari 2026

Veel zzp’ers en opdrachtgevers waren bang dat vanaf 1 januari elke onduidelijke zzp-constructie snel zou worden beboet. Door de Kamerbesluiten blijft in 2026 eerst de zachte landing gelden. Dat betekent geen verzuimboetes, maar wel dat de Belastingdienst bij ernstige gevallen kan optreden met naheffingen en vergrijpboetes.

2. Handhavingsdruk blijft wel bestaan

Dat betekent niet dat er geen controles zijn. De Belastingdienst blijft actief risicogericht controleren, waarbij wordt gekeken of zzp’ers daadwerkelijk zelfstandig zijn. In situaties van duidelijk misbruik of bewuste constructies kan de Belastingdienst zwaarder optreden.

3. Politieke onzekerheid over de definitieve wet

De Kamer wil dat het kabinet eerst komt met een duidelijk en afgewogen uitvoeringskader over hoe en wanneer boetes wél worden ingevoerd en hoe echte zelfstandigen worden beschermd tegen onterecht optreden. Dat haalt de druk van zzp’ers én opdrachtgevers.


Waarom deze discussie nu zo relevant is

De aanpak van schijnzelfstandigheid ligt al jaren onder een vergrootglas. De oorspronkelijke Wet DBA uit 2016 moest al duidelijkheid bieden over wanneer iemand écht zelfstandig is en wanneer er een verborgen arbeidsovereenkomst is. Omdat die wet vanaf het begin voor veel onduidelijkheid zorgde, werd er jarenlang een handhavingsmoratoriumtoegepast.

Dat moratorium eindigde formeel op 1 januari 2025, maar is feitelijk verlengd doordat de Kamer en het kabinet overleggen over de precieze invulling en timing van sancties.

Het debat van gisteren en gisteravond laat zien dat de politiek nog steeds worstelt met de balans tussen:

  • bescherming van zelfstandigen en flexibiliteit,
  • tegengaan van misbruik en oneerlijke concurrentie,
  • en internationale verplichtingen zoals het HVP en Europese steun

Wat kun je nu als zzp’er doen?

Check je opdrachten en contracten

Zorg dat je eigen afspraken aantoonbaar laten zien dat je echt zelfstandig bent:

  • eigen werktijden,
  • eigen middelen,
  • meerdere opdrachtgevers,
  • duidelijke zakelijke overeenkomsten.

Dit helpt bij risicovrije controles.

Volg de politieke ontwikkelingen

De Kamer wil meer duidelijkheid over uitvoering en sancties. Een wijziging in de wet of een nieuw uitvoeringskader kan dit dossier weer veranderen.

Houd communicatie en transparantie hoog

Als je twijfelt, overleg dan actief met opdrachtgevers over hoe jullie de relatie invullen. Een goed gedocumenteerd opdrachtgeverschap kan veel onzekerheid wegnemen.


Blik vooruit

De discussie is nog niet voorbij. De Kamer heeft duidelijk gemaakt dat het kabinet niet zomaar het handhavingsmoratorium kan beëindigen zonder duidelijke kaders en garanties voor zzp’ers. De komende maanden zullen cruciaal zijn voor de vormgeving van de uiteindelijke regels voor schijnzelfstandigheid — en of deze vanaf 2027 of later werkelijk tot boetes en sancties leiden.

Voor zelfstandigen zonder personeel is dit een veilige adempauze — maar geen vrijbrief om risico’s te negeren. De wet en de uitvoering blijven onverminderd actueel en kunnen substantieel invloed hebben op het ondernemerschap in Nederland.


FAQ – veelgestelde vragen

Is er nu helemaal geen handhaving vanaf 1 januari 2026?
Nee. De Kamer wil eerst dat er duidelijkheid komt over wat wél en niet wordt bestraft, zodat echte zzp’ers niet onterecht worden geraakt. De zachte landing wordt dus verlengd.

Wat is de zachte landing precies?
Het betekent dat de Belastingdienst in eerste instantie vooral voorlichting en waarschuwingen geeft, en geen directe boetes, zodat bedrijven en zzp’ers kunnen wennen aan de regels zonder direct financieel risico.

Waarom wil het kabinet dit niet?
Het kabinet vreest dat de aanpak van schijnzelfstandigheid zonder strakke handhaving te lang zal vertragen en mogelijk gevolgen heeft voor internationale afspraken zoals de HVP-mijlpalen. 


Bronnen

– ZiPconomy – Kabinet op ramkoers met Kamer over handhaving schijnzelfstandigheid (recent debat en moties)
– BNR Nieuws – Kamer wil langer uitstel op handhaving schijnzelfstandigen (ANP)
– VillaMedia – Kamer blijft bij langere boetepauze schijnzelfstandigheid
– FlexNieuws – Tweede Kamer wil verlenging ‘zachte landing’ tot eind 2026
– Tweede Kamer – Kamerstukken en regeringsbrief over handhaving en zachte landing

Deel dit bericht via:

Herstel- en Veerkrachtplan: hoeveel Europees geld staat er écht op het spel door de zzp-wetgeving?

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

In het debat over nieuwe zzp-wetgeving valt steeds vaker hetzelfde bedrag: € 600 miljoen. Als Nederland de nieuwe regels rond schijnzelfstandigheid niet op tijd rond heeft, zou ons land honderden miljoenen aan Europese steun mislopen. Maar hoe zit dat precies? Hoeveel geld hangt er werkelijk aan de hervormingen voor zzp’ers – en is dit “dwang uit Brussel”, of vooral een gevolg van afspraken die Nederland zelf met de EU heeft gemaakt?

In dit artikel zetten we de feiten op een rij.


Wat is het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) ook alweer?

Na de coronapandemie heeft de Europese Unie het Herstel- en Veerkrachtfonds opgezet: een grote pot met geld om economieën te helpen herstellen en te investeren in vergroening, digitalisering en een sterkere arbeidsmarkt. Ieder land mocht een eigen Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) indienen, met daarin hervormingen en investeringen.

Voor Nederland betekent dat concreet:

  • Het HVP geeft Nederland recht op maximaal € 5,4 miljard aan Europese steun.
  • Dat geld wordt niet in één keer uitgekeerd, maar in vijf tranches, telkens als Nederland een set afgesproken mijlpalen en doelstellingen aantoonbaar heeft gehaald.
  • Het Nederlandse HVP bestaat uit 21 hervormingen en 28 investeringen, verdeeld over zes prioriteiten (o.a. groene transitie, digitalisering, woningmarkt, gezondheidszorg en arbeidsmarkt).

Veel maatregelen in het HVP zijn bestaand beleid dat Nederland toch al wilde doorvoeren. Het HVP is dus niet een lijst met “Brusselse eisen”, maar vooral een manier om Europees geld te koppelen aan nationale plannen.


Waar komt die € 600 miljoen vandaan?

De discussie over zzp’ers draait om één van de zes prioriteiten in het HVP: het versterken van de arbeidsmarkt. Binnen die prioriteit hangt ongeveer € 600 miljoen Europees geld aan een pakket arbeidsmarkthervormingen.

Specifiek gaat het om drie elementen die Nederland zelf in het HVP heeft opgenomen:

  1. Verlaging van de zelfstandigenaftrek
  2. Invoering van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen
  3. Aanpak van schijnzelfstandigheid

Die drie punten samen vormen het arbeidsmarktpakket waarvoor Nederland die € 600 miljoen kan krijgen, als de afgesproken mijlpalen worden gehaald.

  • De afbouw van de zelfstandigenaftrek is al in gang gezet.
  • Voor de verplichte AOV voor zzp’ers ligt een wetsvoorstel klaar, al is de uitvoering daarvan omstreden.
  • Blijft over: de aanpak van schijnzelfstandigheid – het meest gevoelige onderdeel van het pakket.

HVP-mijlpalen: wat is er precies afgesproken over schijnzelfstandigheid?

In het HVP staan drie concrete mijlpalen voor de aanpak van schijnzelfstandigheid:

  1. Een plan voor versterking van de handhaving delen met de Tweede Kamer
  2. Het beëindigen van het handhavingsmoratorium uiterlijk medio 2026
  3. Wetgeving over de beoordeling van arbeidsrelaties, die uiterlijk 31 augustus 2026 in werking moet zijn

Belangrijk: in het HVP staat niet dat dit per se de huidige “Wet VBAR” moet zijn. Er moet wél een wet zijn die schijnzelfstandigheid tegengaat en de beoordeling van arbeidsrelaties verduidelijkt.


Verliest Nederland écht € 600 miljoen als de zzp-wetgeving te laat is?

Hier ontstaat vaak verwarring. De stelling “Nederland loopt € 600 miljoen mis als de VBAR niet rond komt” is te simplistisch.

Feitelijk ligt het zo:

  • De € 600 miljoen hangt aan een breder pakket arbeidsmarkthervormingen, niet aan één wet.
  • Een deel daarvan is al gehaald, zoals de afbouw van de zelfstandigenaftrek.
  • Als Nederland de deadline voor de arbeidsrelatiewetgeving niet haalt, worden niet alle mijlpalen gehaald.
  • Gevolg: Nederland loopt dan niet automatisch het volledige bedrag mis, maar krijgt mogelijk een fors lagere uitbetaling voor dat onderdeel van het HVP.

Andere onderdelen van het HVP – zoals klimaatmaatregelen, digitalisering, woningmarkt en zorg – blijven gewoon doorlopen en kunnen nog steeds miljarden opleveren. Het is dus geen “alles of niets”, maar wel een reëel risico op een aanzienlijke korting.

Kort gezegd:

Nederland kan een aanzienlijk deel van die € 600 miljoen mislopen als de arbeidsmarkt-hervormingen niet op tijd zijn afgerond, maar verliest niet het hele HVP-budget.


Is dit “dwang uit Brussel” of een keuze van Den Haag?

Sommige zzp’ers ervaren het alsof “Brussel ons dwingt zzp-wetgeving door te voeren in ruil voor geld dat we zelf aan de EU hebben gegeven”. Dat gevoel is begrijpelijk, maar de werkelijkheid ligt genuanceerder.

1. Het HVP is grotendeels door Nederland zelf geschreven

De maatregelen voor zzp’ers zijn door de Nederlandse regering zelf in het HVP gezet. De EU heeft het plan beoordeeld, maar niet de inhoud opgelegd.

2. Brussel koppelt geld aan het naleven van afspraken

De EU betaalt pas uit wanneer landen hun zelf opgegeven mijlpalen behalen. Dat geldt voor elk EU-land en is geen uitzonderingspositie voor Nederland.

3. Gaat het om “ons eigen geld”?

Nederland is nettobetaler in de EU, dus indirect gaat er meer geld naar de EU dan terugkomt. Maar het HVP-geld is formeel een EU-subsidie. En subsidies – ook in Nederland – komen altijd met voorwaarden.

Het is dus geen Brusselse dictatenlijst, maar: Den Haag heeft hervormingen toegezegd en de EU betaalt pas uit als die toezeggingen worden waargemaakt.


Wat betekent dit concreet voor zzp’ers?

Voor de praktijk van zzp’ers is dit relevant om drie redenen:

  1. De deadline staat vast. Er moet vóór 31 augustus 2026 werkende wetgeving zijn die schijnzelfstandigheid tegengaat.
  2. Het kabinet kan zich niet permitteren om stil te vallen. Een financiële consequentie maakt uitstel politiek veel lastiger.
  3. De vorm van de wetgeving ligt niet vast. Het kan de VBAR zijn, een aangepaste variant, of een andere regeling die hetzelfde doel bereikt.

Daarnaast blijft de Arbeidsinspectie het toezicht uitbreiden en is het einde van het handhavingsmoratorium al afgesproken in het HVP. Dat betekent dat de druk op opdrachtgevers én zzp’ers in de komende jaren verder toeneemt.


Hoe kun je dit als zzp’er duiden?

Voor veel zelfstandigen blijft dit een ongemakkelijk dossier. Er komt druk van twee kanten:

  • Nationaal: politiek wil schijnzelfstandigheid aanpakken en werkt aan verplichtingen zoals een AOV.
  • Europees: het HVP koppelt deadlines en financiële consequenties aan het afronden van zzp-beleid.

Het is belangrijk om te realiseren dat dit niet eenzijdig uit Brussel komt, maar voortkomt uit keuzes die Nederlandse kabinetten zelf hebben gemaakt. De financiële prikkel maakt het echter wél minder waarschijnlijk dat zzp-wetgeving nog jaren vooruit wordt geschoven.


FAQ

1. Moet Nederland € 600 miljoen teruggeven als de zzp-wetgeving niet op tijd is?
Nee. Het bedrag is gekoppeld aan een pakket maatregelen. Nederland loopt mogelijk een deel van de tranche mis als niet alle mijlpalen worden gehaald.

2. Moet de VBAR verplicht worden ingevoerd?
Nee. Brussel schrijft geen specifieke wet voor. Maar er moet op tijd wél een wet zijn die arbeidsrelaties verduidelijkt en schijnzelfstandigheid tegengaat.

3. Heeft Nederland nog speelruimte?
Beperkt. Er kan nog worden gesleuteld aan de vorm van de wetgeving, zolang het doel maar aantoonbaar wordt gehaald vóór Q3 2026.


Bronnen

Deel dit bericht via:

Raad van State kraakt verplichte AOV voor zzp’ers: wat betekent dit nu echt voor zelfstandigen?

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers – de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) – ligt zwaar onder vuur. De Raad van State concludeert in een nieuw advies dat het wetsvoorstel in de huidige vorm “niet of nauwelijks uitvoerbaar” is en adviseert het kabinet om het zo níet bij de Tweede Kamer in te dienen. Eerst moeten de bestaande knelpunten in de WIA-regeling voor werknemers worden aangepakt.

Voor zzp’ers betekent het advies: de verplichte AOV is ineens allesbehalve zeker. Tegelijk blijft het risico bij ziekte voorlopig wél volledig op de schouders van zelfstandigen liggen.


Wat heeft de Raad van State precies gezegd?

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 10 december 2025 haar definitieve advies vastgesteld, en dit is op 15 december 2025 openbaar gemaakt. De kern van het oordeel:

  • Het wetsvoorstel voor de BAZ is niet of nauwelijks uitvoerbaar voor UWV en Belastingdienst.
  • De regeling bouwt een aparte verzekering voor zzp’ers naast het bestaande WIA-stelsel, wat volgens de Raad leidt tot extra complexiteit, foutenrisico en administratieve druk.
  • UWV kampt nu al met lange wachttijden, tekorten aan verzekeringsartsen en structurele achterstanden. De Belastingdienst heeft eveneens beperkte capaciteit en kampt met bestaande verplichtingen.
  • De gekozen vormgeving (lange wachttijd, lage maximale uitkering, opt-out, samenloop met de WIA) bereikt de beleidsdoelen slechts gedeeltelijk.
  • Daarom adviseert de Raad van State het kabinet om het voorstel niet in te dienen zonder ingrijpende herziening.

Belangrijk is dat de Raad wél erkent dat bescherming van zelfstandigen noodzakelijk is: ongeveer driekwart van de zzp’ers is niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, en een kwart heeft zelfs geen enkele voorziening.


Wat stond er ook alweer in het BAZ-voorstel?

Het voorstel dat het kabinet in september 2025 naar de Raad van State stuurde, bevatte de volgende hoofdlijnen:

Premie
– Premiepercentage van 5,4% van de winst, met een maximale premie van ongeveer € 171 per maand (afhankelijk van het geldende minimumloon).

Wachttijd
– Een wachttijd van 104 weken (2 jaar): de zzp’er moet de eerste twee jaren ziekte zelf financieel opvangen.

Uitkering
– Een maximale uitkering van 70% van de uitkeringsgrondslag, uitkomend op ongeveer het niveau van het wettelijk minimumloon, tot aan de AOW-leeftijd.

Opt-out
– Zzp’ers met een gelijkwaardige private AOV zouden kunnen kiezen voor een opt-out, met een jaarlijks overstapmoment.

Combinatie loondienst + zzp
– Wie als werknemer al een WIA-uitkering op minimumloonniveau ontvangt, zou geen dubbele premie hoeven te betalen.

Doel van de BAZ was het versterken van inkomenszekerheid én het creëren van een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen.


Waarom is de Raad van State zo kritisch?

1. Uitvoering staat nu al onder zware druk

Het UWV heeft te maken met:

  • oplopende achterstanden bij WIA-keuringen;
  • tekorten aan verzekeringsartsen;
  • organisatie- en capaciteitsdruk waardoor nieuwe taken moeilijk kunnen worden ingevoerd.

De Belastingdienst kampt eveneens met beperkte uitvoeringscapaciteit en een overvolle agenda. Het onderbrengen van de premie-inning voor honderdduizenden zzp’ers is daarom een groot risico.

2. De BAZ creëert een nieuw stelsel bovenop een al complex systeem

De Raad vindt het problematisch dat er een afzonderlijk arbeidsongeschiktheidsstelsel voor zzp’ers ontstaat naast de WIA. Hierdoor:

  • wordt het stelsel ingewikkelder;
  • is de kans op fouten groter;
  • komt de doelmatigheid van het beleid in gevaar.

De Raad adviseert daarom eerst de WIA te vereenvoudigen, en pas daarna te bepalen hoe zelfstandigen daarin kunnen worden betrokken.

3. De voorgestelde aanpassingen lossen de kernproblemen niet op

Ondanks eerdere aanpassingen (lagere premie, langere wachttijd, opt-out) ziet de Raad:

  • dat de uitvoeringslast hoog blijft;
  • dat de regeling steunt op systemen die nu al overbelast zijn;
  • en dat de doelen van inkomensbescherming en gelijk speelveld slechts gedeeltelijk worden gehaald.

Het probleem zit dus in de fundamenten van de BAZ, niet in de details.


Wat betekent dit voor de planning richting 2030?

Er werd al rekening gehouden met een invoering niet eerder dan 2030, vanwege de tijd die UWV en Belastingdienst nodig zouden hebben om de uitvoering op te bouwen.

Door het advies van de Raad van State zijn nu drie scenario’s denkbaar:

  1. Een sterk herzien BAZ-voorstel
    Het kabinet herschrijft de wet ingrijpend, wat tijd kost.
  2. Integratie in een bredere WIA-hervorming
    De Raad dringt aan op een eerstelijns herziening van het totale arbeidsongeschiktheidsstelsel. In dat scenario kan de verplichtstelling van zzp’ers pas daarna worden ingevuld.
  3. Tijdelijke pas op de plaats
    De nieuwe Tweede Kamer en een volgend kabinet kunnen besluiten het voorstel uit te stellen of een ander model te kiezen.

In alle gevallen geldt: een snelle invoering is onwaarschijnlijk.


Wat betekent dit voor jou als zzp’er?

Er is op dit moment geen verplichte AOV.
Zolang de wet niet is aangenomen, blijf je als zelfstandige zelf volledig verantwoordelijk voor je inkomensbescherming bij ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Tegelijk blijft de realiteit:

  • Ongeveer 75% van de zzp’ers heeft géén AOV.
  • Ruim 25% heeft helemaal geen voorziening of buffer.
  • De periode waarin de overheid een verplicht stelsel invoert, wordt nu langer en onzekerder.

Veel zzp’ers hebben steeds gewacht “tot de verplichte AOV er komt”. Dit advies maakt duidelijk dat wachten risico’s met zich meebrengt, omdat invoering mogelijk nog jaren op zich laat wachten — en de uiteindelijke vorm totaal kan verschillen.


Wat kun je nu doen?

Onderstaande stappen helpen om zelf een doordachte keuze te maken:

1. Maak een eigen risico-analyse

  • Hoeveel maanden kun je zonder inkomen?
  • Hoe risicovol is je werk?
  • Zijn er mensen financieel van je afhankelijk?

2. Bekijk wat je nu al geregeld hebt

  • Een buffer of noodpot?
  • Een broodfonds of schenkkring?
  • Een lopende AOV die misschien herzien moet worden?

3. Kies een strategie die past bij jouw situatie

  • Private AOV: duurder dan de BAZ zou zijn, maar flexibel en met keuze in dekking en wachttijd.
  • Broodfonds/schenkkringen: relatief toegankelijk, maar beperkt in duur en hoogte van uitkering.
  • Lange wachttijd + buffer: soms een betaalbare tussenweg.
  • Vrijwillige UWV-verzekering: alleen mogelijk direct na loondienst.

4. Volg de politiek, maar leun er niet op

Het BAZ-voorstel kan sterk veranderen. De wet kan worden herschreven, vertraagd of vervangen. Maak daarom keuzes op basis van je eigen risico, niet op basis van verwachtingen over Den Haag.


FAQ: veelgestelde vragen

Gaat de verplichte AOV nu niet door?
Op dit moment niet. De Raad adviseert het kabinet om het voorstel niet in te dienen zonder grote aanpassingen.

Blijft de premie 5,4% met een maximum van circa € 171 per maand?
Dat waren de plannen in september 2025. Na het advies is het goed mogelijk dat premie, wachttijd en dekking opnieuw worden herzien.

Komt er een nieuwe invoeringsdatum?
Nee. De eerdere inschatting “richting 2030” wordt nu nog onzekerder.

Moet ik nu een private AOV afsluiten?
Dat hangt af van jouw persoonlijke situatie. Het belangrijkste inzicht na het RvS-advies is dat een collectieve verplichte oplossing nog lang op zich kan laten wachten.


Bronnenlijst

– Raad van State – Advies W12.25.00273/III over de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (vastgesteld 10 december 2025, openbaar 15 december 2025).
– Rijksoverheid – Bekendmaking wetsvoorstel BAZ (september 2025).
– Zipconomy – Berichtgeving over het RvS-oordeel en uitvoerbaarheid (december 2025).
– Financieele Dagblad – Samenvatting kritiek Raad van State op de verplichte AOV (december 2025; inhoud gereconstrueerd op basis van openbare berichtgeving).
– Knab/Bieb – Analyse van het RvS-advies en de uitvoeringsproblemen.
– UWV en Belastingdienst – Publieke rapportages over uitvoeringscapaciteit en wachttijden.
– Diverse peilingen en onderzoeken over percentage onverzekerde zzp’ers (cijfers consistent met RvS-advies en sectorrapportages).

Deel dit bericht via:

Nieuw Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026: wat betekent dit voor zzp’ers en opdrachtgevers?

1
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

De Belastingdienst heeft het nieuwe Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 gepubliceerd. In dit plan staat hoe de fiscus vanaf 1 januari 2026 omgaat met arbeidsrelaties tussen opdrachtgevers en zzp’ers – nu zonder de coulance van de “zachte landing” die in 2025 gold. Boetes bij schijnzelfstandigheid komen weer nadrukkelijk in beeld en de beoordeling van arbeidsrelaties wordt opnieuw een normaal onderdeel van het toezicht op de loonheffingen.

Wat staat er precies in het plan, wat is er nieuw en wat betekent dit concreet voor zzp’ers en opdrachtgevers? ZZP Nieuws zet de belangrijkste punten op een rij.


Van zachte landing in 2025 naar normale handhaving in 2026

In 2025 gold een overgangsjaar: fouten in de kwalificatie van zzp-relaties konden leiden tot correcties en naheffingen, maar nog niet tot boetes, zolang organisaties konden laten zien dat zij serieus werkten aan verbetering.

Per 1 januari 2026 vervalt deze zachte landing. De Belastingdienst kan vanaf dan:

  • naheffingsaanslagen opleggen bij een onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie,
  • boetes opleggen volgens de normale boeteregels,
  • bij opzet en een groot fiscaal nadeel zelfs strafrechtelijke vervolging in beeld laten komen.

Daarmee wordt de handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 2026 merkbaar strenger dan in 2025.


Wat is nieuw in het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026?

Hoewel de basis van de Wet DBA niet wijzigt, bevat het nieuwe plan een aantal belangrijke accenten die voor de zzp-praktijk relevant zijn.

1. Boetes zijn terug als handhavingsmiddel

In 2025 werden geen boetes opgelegd voor een onjuiste kwalificatie van zzp-relaties. Vanaf 2026 gelden de normale boeteregels weer. De hoogte en toepassing zijn afhankelijk van verwijtbaarheid, omstandigheden en de mate van nalatigheid of opzet.

2. Ingroeimodel tot 2030

Normaal kan de Belastingdienst tot vijf jaar terug naheffen. Voor arbeidsrelaties geldt tot 2030 een ingroeimodel: de fiscus gaat in de praktijk niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of een eerdere aanwijzing die niet is opgevolgd. Vanaf 2030 kan weer volledig vijf jaar worden teruggegrepen.

3. Arbeidsrelaties als vast onderdeel van loonheffingentoezicht

Arbeidsrelaties worden in 2026 weer gezien als regulier onderdeel van het normale toezicht op loonheffingen. Dat betekent dat controles op zzp-relaties kunnen plaatsvinden binnen reguliere boekenonderzoeken of themacontroles, naast onderwerpen als de werkkostenregeling of gebruikelijk loon.
Hoewel arbeidsrelaties inhoudelijk al in het toezicht zijn opgenomen, werkt de Belastingdienst in 2026 nog met een apart handhavingsplan; de volledige integratie in het reguliere handhavingsplan is beoogd voor 2027.

4. Detectiemodule en risicoselectie

De Belastingdienst gebruikt een landelijke detectiemodule om inhuur van derden te signaleren en mogelijke risico’s te selecteren. Een signaal uit deze module leidt vervolgens tot handmatige beoordeling, waarna een vragenbrief, telefoongesprek, bedrijfsbezoek of boekenonderzoek kan volgen. Er wordt dus nadrukkelijk risicogericht gewerkt.

5. Ketens en tussenpersonen nadrukkelijk in beeld

Zzp’ers worden steeds vaker via brokers, detacheerders of andere tussenpersonen ingehuurd. De Belastingdienst benoemt daarom specifiek dat zij onderzoek doet naar de hele keten of driehoek (opdrachtgever – intermediair – zzp’er).
Doel ervan is te beoordelen wie feitelijk werkgever is, wie aanwijzingen geeft en wie economisch voordeel heeft bij de constructie.

6. Extra aandacht voor overheidsorganisaties

In vakmedia wordt inmiddels gemeld dat de Belastingdienst in 2026 extra aandacht geeft aan overheidsorganisaties. Dat sluit aan bij het handhavingsplan, waarin overheidsinstellingen worden genoemd als partijen die het “goede voorbeeld” moeten geven in hun inhuur van zelfstandigen.


Wat betekent dit voor zzp’ers?

Het handhavingsplan verandert de wet niet, maar maakt de praktijk wel scherper. Voor zzp’ers is vooral van belang dat hun zelfstandige positie aantoonbaar is.

Belangrijke aandachtspunten:

  • Meerdere opdrachtgevers waar mogelijk (maar niet verplicht).
  • Eigen ondernemingsrisico: zelf je werktijden en werkwijze bepalen, eigen materialen, eigen tarief, geen doorbetaling bij ziekte.
  • Contract en praktijk moeten met elkaar overeenkomen.
  • Bewijs van ondernemerschap bewaren: offertes, investeringen, administratie, marketing, eigen website, verschillende klanten.

Zzp’ers die daadwerkelijk als ondernemer werken binnen de geldende kaders, kunnen blijven doen wat zij doen. Wel wordt het belangrijker om dat goed vast te leggen.


Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

Voor opdrachtgevers nemen de risico’s in 2026 toe:

  • boetes zijn weer mogelijk;
  • de Belastingdienst kan terug tot 1 januari 2025 (en vanaf 2030 mogelijk tot vijf jaar);
  • risicogerichte controles worden intensiever;
  • ketenconstructies en tussenpersonen worden nadrukkelijker onderzocht.

De Belastingdienst benadrukt dat handhaving niet is bedoeld om het aantal zzp’ers terug te dringen. Het doel is correcte toepassing van de loonheffingen en juiste kwalificatie van arbeidsrelaties.


Breder beeld: wat zien we in de media?

Uit recente berichtgeving blijkt dat:

  • strengere handhaving invloed heeft op de arbeidsmarkt;
  • sommige opdrachtgevers voorzichtiger worden met het inhuren van zzp’ers;
  • in sectoren met veel zelfstandigen (zoals zorg, bouw, ICT) de discussie over kwalificatie toeneemt;
  • overheidsorganisaties nadrukkelijk onder het vergrootglas liggen.

Conclusie: 2026 wordt een sleuteljaar voor zzp-arbeidsrelaties

Met het nieuwe handhavingsplan zet de Belastingdienst een duidelijke stap richting normalisering van toezicht op arbeidsrelaties. De periode van extra coulance is voorbij. Voor zzp’ers betekent dit dat hun ondernemerschap sterker onderbouwd moet zijn; voor opdrachtgevers dat zij bewuster moeten omgaan met inhuur en kwalificatie.

ZZP Nieuws blijft de ontwikkelingen volgen en duiden.


Overzicht relevante berichtgeving

– Belastingdienst – informatiepagina handhaving arbeidsrelaties

– Officiële publicatie: Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 (PDF)

– NU.nl – berichtgeving over strengere controles en boetes bij schijnzelfstandigheid

– ZiPconomy – analyse over handhaving, bedrijfsbezoeken en effecten op de arbeidsmarkt

– Taxence / Fiscaal Van Morgen – duiding handhaving en impact voor overheidsorganisaties

– Gemeente.nu – artikel over gevolgen van het handhavingsplan voor gemeenten

– LinkedIn-analyse door payrollspecialist Marco Zimmerman

Deel dit bericht via:

Handhaving ≠ anti-zzp: waarom de kop van NU.nl de werkelijkheid tekortdoet

0

Laatst bijgewerkt: 8 december 2025, 13:59

“Zzp’er aan het werk met doorslijper waarbij vonken wegspatten, symbool voor discussie over strengere handhaving op zelfstandigen.”
Beeld: Anamul Rezwan via Pexels — bewerking: redactie ZZP Nieuws

NU.nl meldde dat “zzp’ers massaal opdrachten blijven uitvoeren ondanks strengere controles”. Die formulering suggereert dat het logisch of wenselijk zou zijn geweest dat zelfstandigen in groten getale zouden verdwijnen door het aangescherpte beleid. Maar dat is een aanname die niet klopt met de werkelijkheid én niet met het officiële doel van het beleid. Handhaving is bedoeld om misstanden tegen te gaan, niet om het aantal zzp’ers terug te dringen.

Strengere handhaving, maar het beleid richt zich niet tegen zelfstandigen

De Belastingdienst handhaaft sinds dit jaar actiever op schijnzelfstandigheid. Wanneer bij een samenwerking feitelijk sprake is van loondienst—omdat er een gezagsverhouding bestaat of vrijwel geen ondernemersrisico—kan een opdrachtgever een naheffing of correctie verwachten. Vanaf 2026 komen daar boetes bij.

Dat strengere optreden is echter niet ingevoerd om zzp’ers als beroepsgroep te verkleinen. De overheid benadrukt al jaren dat zelfstandigen volstrekt legaal en gewenst zijn, zolang ze daadwerkelijk als ondernemer werken. Het beleid is ontwikkeld om misbruik en oneerlijke concurrentie te voorkomen én om te voldoen aan Europese verplichtingen rond arbeidsrelaties.

Dat NU.nl de stijgende of stabiele aantallen zzp’ers gebruikt als contrast tegen de controles, doet voorkomen alsof die controles bedoeld zijn om uitstroom te veroorzaken. Dat is een vorm van framing die voorbijgaat aan het daadwerkelijke doel.

Aantallen zzp’ers blijven stabiel — en dat is logisch

Volgens cijfers van de Kamer van Koophandel stonden eind oktober 1.792.959 zzp’ers ingeschreven, een lichte stijging van 0,2 procent. Dat is geen verrassing: veel zelfstandigen voldoen gewoon aan de criteria voor ondernemerschap. Ze hebben meerdere opdrachtgevers, bepalen hun eigen werkwijze en lopen daadwerkelijk risico. Voor hen verandert er door strengere handhaving niets.

Tilburgse hoogleraar Joris Knoben spreekt van een “trendbreuk” omdat het aantal zzp’ers niet verder stijgt. Een stabilisatie is inderdaad zichtbaar in sectoren waar onzekerheid bestaat over toekomstige regels. Maar een massale uitstroom blijft uit, simpelweg omdat het merendeel van de zelfstandigen legitiem werkt.

Bovendien: een daling in KVK-registraties zou ook een vertekend beeld geven. Veel zzp’ers schrijven zich bij minder opdrachten niet onmiddellijk uit. Ze blijven zichtbaar in de statistieken totdat ze definitief stoppen.

Sectorverschillen: bouw stabiel, zorg krimpt licht

In de bouw, waar zo’n 230.000 zzp’ers actief zijn, leiden controles tot waarschuwingen bij een aantal bedrijven. Bedrijven moeten hun werkwijze aanpassen als de Belastingdienst aanwijzingen geeft. Toch blijft het totale aantal zelfstandigen in de sector stabiel. Grote bouwbedrijven geven aan dat eventuele schommelingen meer te maken hebben met de afronding van projecten dan met de nieuwe regels.

In de zorgsector zijn de aantallen zzp’ers wel licht gedaald. Vooral in de thuiszorg, kinderopvang en paramedische beroepen verdwijnen enkele duizenden zelfstandigen. Brancheorganisatie ActiZ ziet dat sommige zzp’ers in loondienst gaan vanwege onzekerheid over controles. Tegelijkertijd benadrukt de sector dat er juist grote behoefte blijft aan flexibiliteit, onder meer door avond- en nachtdiensten.

Het zijn sectorale verschuivingen, geen breed signaal dat de zzp-constructie onder druk staat.

Het echte probleem: verwarring door framing

Door de opsomming in het NU.nl-artikel — strengere controles, mogelijke boetes, en vervolgens “maar het aantal zzp’ers blijft gelijk” — kan bij lezers de indruk ontstaan dat het doel van de overheid is om het aantal zelfstandigen te verlagen. Maar in officiële communicatie staat dat handhaving bedoeld is om schijnzelfstandigheid te voorkomen, en ondernemerschap juist mogelijk te houden.

Dat onderscheid is essentieel voor de beeldvorming.
Wie alle zelfstandigen in één adem koppelt aan schijnconstructies, doet ondernemers tekort en schept een verkeerd maatschappelijk beeld van de zzp-sector.

Wat betekent dit voor zelfstandigen en opdrachtgevers?

Voor zelfstandigen verandert er in de basis weinig: wie als echte ondernemer werkt, hoeft zich door de controles geen zorgen te maken. Het is wel verstandig om de werkrelatie en contracten helder te documenteren, zeker bij langdurige opdrachten.

Opdrachtgevers moeten transparanter werken en duidelijke afspraken vastleggen. De behoefte aan flexibele inzet blijft in veel sectoren groot, maar de manier waarop die samenwerking wordt ingericht moet passen binnen de regels. Zo ontstaat er een eerlijk speelveld voor iedereen.

Conclusie

De stijgende of stabiele aantallen zzp’ers zijn geen afwijking, maar een logisch gevolg van het feit dat het overgrote deel van de zelfstandigen wérkelijk als ondernemer opereert. Strengere handhaving is niet gericht tegen zzp’ers zelf, maar tegen constructies die hen onterecht als ondernemer positioneren. De kop en toon van NU.nl passen in een breder patroon waarin het onderscheid tussen echte ondernemers en schijnzelfstandigheid vervaagt. Precies daarom is nuance zo belangrijk.


Addendum: Volkskrant-artikel toont vergelijkbare framing

Naar aanleiding van de publicatie van het NU.nl-artikel verscheen op 8 december ook een uitgebreide analyse in de Volkskrant over handhaving op schijnzelfstandigheid. Hoewel de insteek en diepgang anders zijn, valt op dat ook in dit stuk een vergelijkbare ondertoon terugkomt: de neiging om het succes of falen van handhaving te koppelen aan het aantal zzp’ers dat stopt of doorgaat. Dat staat op gespannen voet met het officiële doel van het beleid, dat zich richt op misstanden en niet op het verminderen van het aantal zelfstandigen.

In het Volkskrant-artikel zijn vier duidelijke vormen van framing te herkennen:

1. Het frame van “zzp’ers als maatschappelijk probleem”

Er wordt gesuggereerd dat de huidige situatie met zelfstandigen leidt tot maatschappelijke risico’s zoals “zorginfarcten”, “lege klassen” en “scheefgroei” in organisaties. Daarmee verschuift de aandacht van schijnconstructies naar zelfstandigen als groep, wat een vertekend beeld kan geven.

2. Het solidariteitsframe

De krant laat deskundigen uitgebreid aan het woord die stellen dat zzp’ers zich zouden “onttrekken” aan het sociale stelsel en minder bijdragen aan collectieve voorzieningen. Dat is een normatieve visie, geen centraal beleidsuitgangspunt, maar wordt wel als brede constatering gepresenteerd.

3. Het financiële-motivatieframe

Er wordt sterk benadrukt dat zelfstandigheid populair zou zijn door belastingvoordelen of aftrekposten. Hoewel dit voor sommige werkenden klopt, toont CBS-onderzoek dat de grootste groep zzp’ers vooral kiest voor autonomie, flexibiliteit en regie over het eigen werk. Die nuance raakt ondergesneeuwd.

4. Het aantallen-frame (daling = effectiviteit)

De Volkskrant stelt dat de daling van het aantal zzp’ers een teken zou zijn dat handhaving werkt. Dat is een logische gevolgtrekking wanneer je naar cijfers kijkt, maar het is geen bewijs dat de uitstroom vooral bestaat uit schijnzelfstandigen. Het kan ook onzekerheid, foutieve interpretaties of terughoudendheid bij opdrachtgevers weerspiegelen.


Door Marco Weeber, oprichter & redacteur ZZP Nieuws

Deel dit bericht via:

Zelfstandigenwet terug op formatietafel: D66 en CDA willen snel duidelijkheid voor zzp’ers

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

De positie van zzp’ers staat opnieuw prominent op de Haagse agenda. In het tussenverslag van informateur Sybrand Buma, opgesteld met D66-leider Rob Jetten en CDA-leider Henri Bontenbal, wordt expliciet aandacht gevraagd voor de onduidelijkheid rondom zzp-wetgeving. De partijen willen snel stappen zetten richting een nieuw wettelijk kader.

Een belangrijk voorstel dat zij naar voren schuiven, is de Zelfstandigenwet — een initiatief van D66, CDA, VVD en SGP. Volgens beide partijen ligt er met dit wetsvoorstel een uitgewerkte basis om echte zelfstandig ondernemers beter te beschermen en schijnzelfstandigheid effectiever aan te pakken.


Arbeidsmarktagenda van D66 en CDA: modernisering en vereenvoudiging

In hun gezamenlijke arbeidsmarktagenda beschrijven D66 en CDA een breed pakket aan voorstellen voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt. De focus ligt op:

  • modernisering van het ontslagrecht en ziekte­verzuimregelingen;
  • activering van werknemers en werkzoekenden;
  • het vereenvoudigen van sociale zekerheid én de uitvoering daarvan;
  • automatische toekenning van rechten om fouten en regeldruk terug te dringen.

Onderdeel van deze agenda is een stevige herziening van de positie van zelfstandigen. De Zelfstandigenwet krijgt daarin een centrale rol.


Wat houdt de Zelfstandigenwet in?

De Zelfstandigenwet introduceert twee belangrijke toetsen:

1. De Zelfstandigentoets

Deze toets geeft vooraf duidelijkheid over de ondernemersstatus van een werkende. Daarbij wordt gekeken naar aspecten zoals verzekeringen, ondernemersrisico, commerciële zelfstandigheid en pensioenopbouw.

2. De Uitvoeringstoets

Hierbij wordt beoordeeld hóé het werk in de praktijk wordt uitgevoerd. Denk aan inbedding in de organisatie, zelfstandige beslisruimte, duur van de opdracht en de mate van gezag.

Het doel: voorkomen dat zelfstandigen achteraf worden aangemerkt als werknemer, zoals vaak gebeurde onder de Wet DBA. Tegelijk zorgen deze toetsen voor meer zekerheid bij opdrachtgevers.


VBAR versus Zelfstandigenwet: twee lijnen in de politiek

De Zelfstandigenwet staat niet op zichzelf. Tegelijkertijd ligt de Wet VBAR nog op tafel — het kabinetsvoorstel dat inzet op een bredere uitleg van het werkgeversgezag.

Dat leidt tot twee overlappende, soms botsende, beleidsrichtingen:

  • De Zelfstandigenwet probeert zelfstandigen meer zekerheid vooraf te geven.
  • VBAR draait vooral om toezicht, handhaving en een ruimere beoordeling van gezag.

Sectororganisaties, zoals in de mondzorg, geven aan dat de Zelfstandigenwet in de praktijk beter aansluit bij hoe zzp-relaties werken. Maar zolang beide sporen naast elkaar lopen, blijft het voor zelfstandigen en opdrachtgevers lastig navigeren.


Mondzorg als voorbeeld: kleine verschillen, grote gevolgen

In de mondzorgsector is de spanning rond zzp-constructies duidelijk zichtbaar. De Belastingdienst beoordeelde onlangs vier veelvoorkomende casussen:

  • In drie gevallen werd de opdracht als zelfstandige arbeid geaccepteerd.
  • In één geval leidde inbedding en gezag tot een oordeel loondienst.

Die uitkomsten tonen aan dat kleine verschillen in de werkvloerpraktijk grote gevolgen kunnen hebben. Brancheorganisatie KNMT benadrukt dat absolute zekerheid vooraf nu nog vrijwel onmogelijk is — en hoopt dat de Zelfstandigenwet daarin verbeteringen brengt.


Wat betekenen deze ontwikkelingen voor zzp’ers?

Voor alle zelfstandigen — niet alleen in de zorg — zijn drie lijnen duidelijk zichtbaar:

1. Ondernemerschap moet aantoonbaar zijn

Meerdere opdrachtgevers, commercieel risico, eigen tarieven en zelfstandige profilering worden doorslaggevender.

2. Sociaal vangnet gaat zwaarder meewegen

Verplichtingen rond pensioen en arbeidsongeschiktheidsverzekering worden waarschijnlijk onderdeel van het nieuwe zzp-kader.

3. Opdrachtgevers worden voorzichtiger

Door strengere wetgeving en grotere risico’s bij schijnzelfstandigheid zullen organisaties kritischer kijken naar inhuur.


Hoe nu verder in de kabinetsformatie?

D66 en CDA gaan de komende weken actief op zoek naar steun bij andere partijen. Informateur Buma presenteert uiterlijk 9 december zijn eindverslag, waarin duidelijk moet worden of de Zelfstandigenwet een plek krijgt in de verdere formatiegesprekken.

Pas dan wordt duidelijk of het wetsvoorstel ook werkelijk richting de Kamer gaat — en in welke vorm.


Wat kun je als zzp’er nu al doen?

  • Breng je opdrachten, opdrachtgevers en inbedding in kaart.
  • Zorg voor duidelijke opdrachtovereenkomsten.
  • Maak je ondernemerschap zichtbaar en aantoonbaar.
  • Volg updates via brancheorganisaties en onafhankelijke platforms.

Wie zijn ondernemerschap nu al stevig neerzet, staat in elke toekomstige regelgeving sterker.


Bronnen:
Deel dit bericht via:

Zzp’ers laten jaarlijks duizenden euro’s liggen door onbenutte jaarruimte

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Veel zzp’ers blijken hun fiscale pensioenruimte niet te benutten, terwijl daar juist in 2025 opvallend veel voordeel valt te behalen. Uit een onderzoek van Knab onder ruim 1.000 zelfstandigen blijkt dat de ondervraagde zzp’ers gemiddeld ongeveer € 4.800 per jaar aan belastingvoordeel mislopen doordat zij hun jaarruimte niet gebruiken. Het gaat hier om een gemiddelde uit het onderzoek — de daadwerkelijke bedragen verschillen per ondernemer.

Opvallend is dat dit niet om kleine bedragen gaat. Wie de cijfers uit het onderzoek zou doortrekken naar de hele zzp-populatie, komt uit op potentieel miljarden euro’s aan onbenutte fiscale voordelen. Dat is niet exact te berekenen, omdat de pensioenruimte per ondernemer verschilt, maar de trend is duidelijk: veel zelfstandigen laten geld liggen dat zij nu én later kunnen gebruiken.


Onbekendheid blijft de grootste drempel

De belangrijkste reden dat jaarruimte niet wordt benut, blijkt simpel: veel zzp’ers weten niet precies wat het is of hoe het werkt. In het Knab-onderzoek geeft een aanzienlijk deel van de respondenten aan nooit bewust met hun pensioenruimte te hebben gerekend. Daardoor gaat een fiscaal voordeel verloren dat relatief eenvoudig te benutten is.

Daarnaast heeft pensioenopbouw voor veel zelfstandigen geen hoge prioriteit. Eerst komen de buffer, investeringen in het bedrijf en lopende verplichtingen; pas later is er ruimte om na te denken over pensioen. Het gevolg: aan het eind van het jaar wordt niet of nauwelijks ingelegd, waardoor pensioenruimte ongebruikt blijft.


Afbouw van aftrekposten maakt jaarruimte aantrekkelijker

Juist in 2025 is jaarruimte relevanter dan in eerdere jaren. De zelfstandigenaftrek is opnieuw verlaagd en de mkb-winstvrijstelling blijft op een lager niveau dan ondernemers gewend waren. Daarmee wordt de ruimte om fiscaal te optimaliseren kleiner.

Voor zzp’ers zonder pensioenopbouw via een werkgever is jaarruimte een van de weinige manieren om belasting te besparen én tegelijkertijd vermogen op te bouwen voor later. Inleg in een pensioenproduct verlaagt direct het belastbare inkomen. Bij uitkering wordt belasting betaald — vaak tegen een lager tarief dan tijdens de werkzame jaren. Dat maakt de constructie voor veel ondernemers aantrekkelijk.


Hoe werkt jaarruimte precies?

Jaarruimte is het bedrag dat je jaarlijks fiscaal vriendelijk mag inleggen voor pensioenopbouw. De hoogte hangt af van je winst, eventuele pensioenopbouw in loondienst en je pensioentekort. Wie weinig pensioen opbouwt, heeft doorgaans meer ruimte.

Belangrijke voordelen:

  • Direct belastingvoordeel: de inleg verlaagt je belastbare inkomen.
  • Flexibiliteit: je bepaalt zelf hoeveel en wanneer je inlegt.
  • Mogelijk lager belastingtarief bij uitkering: gunstig voor de netto-opbouw.
  • Inhaalmogelijkheid via reserveringsruimte: ongebruikte jaren kun je in bepaalde gevallen alsnog benutten.

Toch blijkt uit het onderzoek dat slechts een kleine groep zzp’ers deze mogelijkheden volledig benut.


Wat kunnen zzp’ers nu doen?

Voor ondernemers die dit jaar wél optimaal gebruik willen maken van hun fiscale mogelijkheden, zijn een paar stappen belangrijk:

  • Bereken je jaarruimte via een rekentool of adviseur.
  • Check ook je reserveringsruimte, zodat gemiste jaren alsnog kunnen worden ingehaald.
  • Combineer fiscaal voordeel met andere aftrekposten en vrijstellingen.
  • Documenteer je keuzes voor een soepele belastingaangifte.
  • Plan jaarlijks een vast moment om je pensioenopbouw te beoordelen.

Veel ondernemers merken dat een relatief kleine inleg al voor direct belastingvoordeel zorgt — en tegelijk bijdraagt aan een stevig pensioen voor later.


Conclusie

Het onderzoek maakt duidelijk dat veel zzp’ers nog kansen laten liggen, soms zonder het zelf te weten. Terwijl de fiscale ruimte voor ondernemers de afgelopen jaren is versoberd, biedt pensioenopbouw via jaarruimte juist een van de weinige nog beschikbare financiële voordelen. Zelfstandigen die hun jaarruimte benutten, verlagen niet alleen hun belastingdruk maar creëren ook rust en zekerheid richting de toekomst.


Bron: analyse op basis van onderzoek van Knab, zoals eerder gemeld door vakmedium Accountancy Vanmorgen.

Deel dit bericht via:

D66 en VVD: ‘VBAR én Zelfstandigenwet schieten tekort voor brede zzp-groep’

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Tijdens de recente editie van ArbeidsmarktPoort werd opnieuw zichtbaar hoe complex de zzp-problematiek is. Zowel D66-Kamerlid Nathalie van Berkel als VVD’er Ingrid Michon-Derkzen gaf aan dat geen van de huidige of voorgestelde wetten — noch de VBAR, noch de Zelfstandigenwet — geschikt is om alle zelfstandigen onder één juridisch kader te vatten. Dat meldt ZiPconomy in een verslag van de bijeenkomst.

Volgens beide Kamerleden ligt het probleem in de enorme diversiteit binnen de zzp-groep. Sommige zelfstandigen opereren duidelijk als ondernemers met meerdere opdrachtgevers en een sterke onderhandelingspositie, terwijl anderen in een werksituatie zitten die dichter tegen werknemerschap aanleunt. Eén uniforme set regels voor zulke uiteenlopende praktijken zorgt volgens hen onvermijdelijk voor frictie.

De voorgestelde Zelfstandigenwet, geïntroduceerd door VVD, D66, CDA en SGP, moet vooraf duidelijkheid bieden over de vraag wanneer iemand als ondernemer geldt. Maar in de praktijk blijven veel situaties grijs. Ook de VBAR ondervindt dat probleem al: casuïstiek laat zich moeilijk vangen in strikte definities.

Van Berkel pleitte daarom voor eenvoudiger en beter uitvoerbare regels, in plaats van een allesomvattende wet die voor iedereen moet gelden. Michon-Derkzen benadrukte dat wetgeving pas werkt als zij aansluit bij de realiteit van zowel ondernemers als opdrachtgevers.

Voor de zelfstandigenmarkt betekent dit dat de politieke discussie nog niet uitgekristalliseerd is. Het debat bij ArbeidsmarktPoort laat zien dat zelfs binnen de coalitie de overtuiging groeit dat een uniforme zzp-wet geen haalbare route is.

Bron: gebaseerd op berichtgeving van ZiPconomy.
(Zie: https://www.zipconomy.nl/2025/11/van-berkel-d66-vbar-en-zelfstandigenwet-voldoen-beide-niet-voor-alle-zzpers/)

Deel dit bericht via:

Zzp’ers in pedagogische beroepen kiezen opvallend vaak voor loondienst

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Een opvallende ontwikkeling in de zelfstandigenmarkt: bijna één op de vier zzp’ers in pedagogische beroepen zou liever in loondienst werken. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het CBS en TNO. Het aandeel ligt daarmee ruim boven het gemiddelde, waar ongeveer één op de tien zzp’ers een voorkeur heeft voor een vast dienstverband. De cijfers roepen vragen op over werkdruk, onzekerheid en de aantrekkelijkheid van ondernemerschap binnen kinderopvang en onderwijs.


Bijna kwart van pedagogische zelfstandigen kiest liever loondienst

Volgens de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) geeft 11 procent van alle zzp’ers aan liever een vaste baan te hebben. In pedagogische beroepen loopt dit aandeel op tot bijna 23 procent. Daarmee wijkt deze beroepsgroep duidelijk af van andere sectoren. In technische beroepen ligt het aandeel rond de 9 procent en in commerciële functies zelfs lager.


Waarom zoeken pedagogische zzp’ers meer zekerheid?

Uit de onderzoeksgegevens komt een duidelijk patroon naar voren.

Tevredenheid speelt grote rol

Veel zzp’ers die ontevreden zijn over hun werk of omstandigheden prefereren een vaste baan. Onder deze groep gaat het om ongeveer 30 procent. Bij tevreden zelfstandigen daalt dit naar 7 procent.

Onzekerheid over toekomst doet voorkeur verschuiven

Voor zelfstandigen die zich zorgen maken over de continuïteit van hun werk, ligt de voorkeur voor loondienst hoger. Ongeveer 14 procent van deze groep zou liever werknemer zijn, tegenover 8,5 procent bij zzp’ers zonder zorgen.

Regeldruk blijft een belangrijke factor

Bij zelfstandigen die wet- en regelgeving als zwaar ervaren, komt de wens voor loondienst eveneens vaker voor. In sectoren zoals kinderopvang en onderwijs, waar regels en kwaliteitsnormen vaak strenger zijn, kan dit extra zwaar wegen.


Impact op sector en arbeidsmarkt

De trend heeft gevolgen voor zowel werkgevers als beleidsmakers.

  • Minder flexibiliteit voor organisaties
    Kinderopvang en scholen werken regelmatig met zelfstandigen om roosters op te vangen. Wanneer meer zzp’ers de overstap naar loondienst overwegen, kan dat de flexibiliteit onder druk zetten.
  • Arbeidsvoorwaarden wegen zwaar
    Het ontbreken van pensioenopbouw, doorbetaalde vakanties en sociale zekerheid speelt een grote rol. Deze secundaire voorwaarden blijven redenen waarom zelfstandigen soms terugverlangen naar loondienst.
  • Discussie over zelfstandigenpositie
    De cijfers sluiten aan bij bredere debatten over schijnzelfstandigheid, tariefdruk en de rol van zzp’ers in cruciale sectoren.

Wat betekent dit voor zelfstandigen in pedagogische beroepen?

Het kan zinvol zijn om regelmatig stil te staan bij je eigen positie op de arbeidsmarkt.

  • Voor veel zzp’ers biedt ondernemerschap vrijheid, maar brengt het ook onzekerheden mee.
  • Voor zelfstandigen die behoefte hebben aan meer zekerheid, minder ondernemingsrisico’s of betere arbeidsvoorwaarden, kan een overstap naar loondienst een passende keuze zijn.
  • Onder zzp’ers die in deze sector actief blijven, is het verstandig om scherp te onderhandelen over tarieven en contractvoorwaarden.
  • Steeds meer professionals combineren loondienst en zelfstandig werk. Deze hybride vorm kan zekerheid en flexibiliteit combineren.

Conclusie

De stijgende wens voor loondienst onder pedagogische zzp’ers laat zien dat de balans tussen vrijheid en zekerheid voor veel professionals aan het verschuiven is. Voor zowel zelfstandigen als opdrachtgevers is het belangrijk om deze trend goed in de gaten te houden. De aantrekkelijkheid van ondernemerschap binnen kinderopvang en onderwijs staat onder druk — en dat heeft gevolgen voor de hele sector.

Deel dit bericht via:

Zelfstandige ondernemers cruciaal voor realisatie ‘tien nieuwe steden’-plan

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Bouwsector roept op tot soepelere inzet van zzp’ers om grootschalige woningbouwambitie haalbaar te maken

Flexibele bouwcapaciteit onmisbaar bij grote woningbouwopgave

De kabinetsambitie om tien nieuwe steden te bouwen legt een zware druk op de toch al krappe bouwsector. Volgens bouwbedrijven is het plan alleen uitvoerbaar als zelfstandigen breed kunnen worden ingezet. De aanhoudende onzekerheid rond de regels voor schijnzelfstandigheid zorgt er echter voor dat opdrachtgevers steeds voorzichtig­er worden, wat de voortgang van de woningbouw direct kan remmen.

Zzp’ers vormen de ruggengraat van de bouwcapaciteit

De sector werkt traditioneel met een mix van vaste medewerkers en zelfstandigen. Vooral bouw-zzp’ers zijn essentieel vanwege hun:

  • Flexibiliteit tijdens piekperiodes
  • Specialistische vakkennis voor complexe of niche-werkzaamheden
  • Snel opschalen bij grote projecten
  • Kostenbeheersing doordat inzet tijdelijk en projectmatig is

Volgens experts komt de woningbouwambitie serieus in gevaar als deze flexibele schil wegvalt.

Wat zzp’ers kunnen doen om hun positie te versterken

Zelfstandigen kunnen hun professionele positie én juridische zekerheid vergroten door:

  • Te werken voor meerdere opdrachtgevers
  • Eigen tarieven en voorwaarden actief te voeren
  • Eigen gereedschap en materialen te gebruiken waar passend
  • Heldere opdrachtovereenkomsten op te stellen en te bewaren
  • Hun ondernemerschap zichtbaar te maken via een professioneel profiel en goede administratie

Met deze aanpak blijven zij niet alleen aantrekkelijk voor opdrachtgevers, maar verkleinen zij ook de kans op discussies over schijnzelfstandigheid.

Opdrachtgevers moeten inzet zzp’ers zorgvuldig organiseren

Bouwbedrijven dragen eveneens verantwoordelijkheid. Door duidelijke overeenkomsten te gebruiken, rollen scherp af te bakenen en zelfstandigheid aantoonbaar te respecteren, kunnen zij zzp’ers juridisch verantwoord blijven inzetten. Dat is noodzakelijk om de bouwcapaciteit op peil te houden en het ambitieuze woningbouwplan op schema te houden.

Conclusie

De bouw van tien nieuwe steden is onmogelijk zonder de inzet van zelfstandige vakmensen. ZZP’ers vormen een cruciale schakel in de capaciteit van de bouwsector. Een soepele, juridisch goed georganiseerde samenwerking tussen bouwbedrijven en zelfstandigen is daarom essentieel om de woningbouwambitie werkelijkheid te laten worden.


Meer achtergrond bij dit onderwerp
Voor lezers die zich verder willen verdiepen in de discussie rond de bouw van tien nieuwe steden: Annemarie van Gaal deelt in een recente video op Nieuwsvandedag.nl haar visie op de rol van zelfstandigen binnen grootschalige bouwprojecten. Haar analyse raakt aan dezelfde uitdagingen die ook in de sector breed worden besproken. Link naar video en context: https://www.nieuwsvandedag.nl/nieuws/wonen/artikelen/die-tien-nieuwe-steden-zijn-onmogelijk-zonder-zzpers

Deel dit bericht via:

Gehandicaptenzorg kreunt onder personeelstekort — en zzp’ers voelen de druk van DBA-regels

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

De druk op de gehandicaptenzorg neemt verder toe. Zorginstellingen melden al langer dat ze moeite hebben voldoende vaste medewerkers te vinden, maar steeds vaker klinkt ook dat het inzetten van zelfstandigen lastiger wordt door de scherpere toepassing van de Wet DBA. Voor zzp’ers in de zorg ontstaat daarmee een dubbel probleem: hoge vraag naar personeel, maar tegelijk strengere regels die hun inzet kunnen beperken.


Een tekort dat al jaren groeit

De gehandicaptenzorg kampt al jaren met een structureel tekort aan personeel. De oorzaken zijn bekend:

  • uitstroom door vergrijzing;
  • toenemende zorgzwaarte;
  • de aanwas van nieuwe studenten in zorgopleidingen is onvoldoende;
  • hoge werkdruk, waardoor medewerkers afhaken.

Waar instellingen vroeger vooral pieken moesten opvangen, merken ze nu dat structureel te weinig mensen beschikbaar zijn. Daardoor worden teams kwetsbaar, roosters krap en is het voor zorgaanbieders moeilijker om bij ziekte of vakantie de zorg veilig te organiseren.


Zzp’ers kunnen helpen – maar de speelruimte wordt kleiner

Traditioneel konden zzp’ers in de zorg in zulke situaties veel betekenen. Ze sprongen bij op drukke momenten, namen ad-hoc diensten over of brachten gespecialiseerde ervaring mee.

Maar sinds de overheid de handhaving rondom de Wet DBA opschroeft, worden zorginstellingen voorzichtiger. Veel bestuurders zijn bang dat langdurige, roostergebonden inzet wordt gezien als schijnzelfstandigheid.

Dat leidt tot drie merkbare effecten:

  1. Minder structurele inzet van zelfstandigen
    Instellingen kiezen vaker voor tijdelijke contracten of uitzendkrachten, ook als zzp’ers beschikbaar zijn.
  2. Meer terughoudendheid bij complexe zorgvragen
    In de intensievere gehandicaptenzorg, waar continuïteit cruciaal is, durven organisaties minder vaak zzp’ers langdurig op dezelfde cliëntgroepen in te plannen.
  3. Striktere eisen aan zelfstandigheid
    Factureren per uur is niet genoeg: organisaties willen zelfstandigen die echt aantoonbaar als ondernemer werken, met keuzevrijheid, duidelijke opdrachtformulering en geen hiërarchische relatie.

Zorginstellingen moeten keuzes maken — en dat raakt cliënten én zelfstandigen

Voor instellingen die toch al kampen met een tekort, levert dit een onmogelijke rekensom op.
Ze moeten:

  • voldoende vaste medewerkers vinden (die er niet zijn),
  • voldoen aan de regels voor zelfstandigheid,
  • én kwalitatieve zorg garanderen.

In dat spanningsveld vallen steeds vaker keuzes die effect hebben op cliënten, zoals:

  • tijdelijke opnamestops,
  • minder flexibiliteit in behandelaanbod,
  • of het samenvoegen van groepen vanwege gebrek aan personeel.

Voor zzp’ers betekent dit dat zij soms minder gevraagd worden — niet omdat hun werk niet nodig is, maar omdat de juridische risico’s voor de zorginstelling te groot worden geacht.


Wat betekent dit voor zzp’ers in de gehandicaptenzorg?

Hoewel de vraag naar zorgprofessionals enorm is, moeten zelfstandigen rekening houden met een veranderend speelveld.
Belangrijke stappen voor zzp’ers:

1. Ondernemerschap strakker neerzetten

Zorginstellingen willen aantoonbare zelfstandigheid zien:

  • meerdere opdrachtgevers;
  • eigen planning en tarief;
  • eigen materialen waar relevant;
  • duidelijke opdrachtovereenkomsten.

2. Specialisatie wordt waardevoller

Zzp’ers met expertise in gedragsproblematiek, complexe zorg of crisisinterventie blijven gewild — mits de opdrachtvorm voldoet aan de wet.

3. Hybride constructies worden aantrekkelijker

Steeds meer professionals combineren:

  • een kleine aanstelling in loondienst voor continuïteit,
  • aangevuld met flexibele zzp-opdrachten elders.
    Dit vermindert DBA-risico’s en geeft bestaanszekerheid.

4. Onderhandelen over opdrachtvorm in plaats van diensten

Instellingen zijn eerder bereid om zelfstandigen in te zetten voor:

  • projecten,
  • verbetertrajecten,
  • individuele begeleiding,
  • tijdelijke capaciteitsproblemen.
    Minder voor klassieke “dienstroosters”.

Een structurele oplossing ligt niet bij zzp’ers alleen

Hoewel zelfstandigen een belangrijke rol spelen in de zorg, kunnen zij de oplopende personeelstekorten niet oplossen. De uitdaging is breder:

  • arbeidsvoorwaarden moeten aantrekkelijker worden;
  • werkdruk moet omlaag;
  • opleidingen moeten meer studenten trekken;
  • beleidsregels moeten realistisch aansluiten op de dagelijkse praktijk.

Zonder die verbeteringen zullen zowel instellingen als zzp’ers vast blijven lopen tussen wat nodig is en wat mag.


Conclusie

De gehandicaptenzorg bevindt zich in een complexe spagaat: de vraag naar personeel stijgt, maar de ruimte om zzp’ers flexibel in te zetten krimpt. Voor zelfstandigen is het daarom essentieel om hun ondernemerschap stevig neer te zetten én alert te blijven op hoe de DBA-regels zich ontwikkelen.

Wie als zzp’er weet in te spelen op specialisatie, projectmatige inzet en duidelijke opdrachtrelaties, blijft ook in deze krappe markt waardevol — maar vanzelfsprekend is het niet meer.

Deel dit bericht via:

Slechts 1 op de 4 zzp’ers kiest voor pensioenproduct

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Recent onderzoek van BNR laat zien dat slechts circa 25 procent van de zelfstandigen in Nederland een daadwerkelijk pensioenproduct heeft afgesloten.
De belangrijkste reden? Het kiezen is lastig — veel zelfstandigen geven aan dat het aanbod ondoorzichtig is, de fiscale regels onduidelijk, en dat zij uiteindelijk maar geen keuze maken.


Waarom zelfstandigen niet kiezen

De lage deelname kent meerdere oorzaken.
Allereerst ontbreekt duidelijkheid en kennis. Veel zzp’ers weten niet welke opties fiscaal interessant zijn of welke producten aansluiten bij hun situatie. Banken en verzekeraars bieden uiteenlopende vormen van lijfrente, banksparen en pensioenbeleggen aan, maar vergelijken is lastig.

Daarnaast speelt inkomensdruk een rol. Zelfstandigen met wisselende inkomsten vinden het moeilijk om maandelijks geld opzij te zetten. Uit cijfers blijkt dat slechts 9,5 procent daadwerkelijk premie stort voor een pensioenvoorziening.

Ook uitstelgedrag is een belangrijke factor. Veel ondernemers geven aan dat pensioen voelt als iets voor later. Bijna de helft zegt achteraf spijt te hebben dat ze niet eerder zijn begonnen met opbouw.


Wat betekent dit voor zzp’ers?

Wie niets regelt, loopt het risico op een fors lager inkomen na de AOW-leeftijd.
Volgens financiële adviseurs is ongeveer 70 procent van het laatstverdiende inkomen nodig om na pensionering de levensstandaard te behouden. Zonder aanvullende opbouw is dat voor de meeste zelfstandigen niet haalbaar.

Daarnaast kan het ontbreken van pensioen een onderhandelingsnadeel opleveren: wie geen buffer of toekomstvoorziening heeft, voelt zich vaker genoodzaakt om opdrachten te blijven aannemen tegen lagere tarieven.


Wat kun je nú doen als zzp’er?

Een aantal praktische stappen kan helpen om te beginnen:

  1. Breng je situatie in kaart. Wat verdien je, wat kun je missen, en wat wil je bereiken?
  2. Verdiep je in de mogelijkheden. Lijfrente, banksparen of beleggen — elk kent eigen fiscale voordelen. En hoewel het Broodfonds geen pensioenproduct is, kan het wél bijdragen aan financiële rust: het biedt zzp’ers een vangnet bij ziekte of tijdelijke uitval. (Wat is een broodfonds?)
  3. Begin klein, maar begin. Vroeg starten levert op termijn het meeste rendement op.
  4. Evalueer jaarlijks. Pas je inleg aan als je inkomsten wijzigen.
  5. Zoek onafhankelijk advies. Een financieel planner kan helpen om te bepalen wat bij jouw situatie past.

Veranderende houding onder zelfstandigen

Opvallend is dat de houding van zzp’ers richting verplichte regelingen aan het verschuiven is.
Uit een recente peiling van ZiPconomy onder duizenden zelfstandigen blijkt dat een ruime meerderheid bereid is bij te dragen aan pensioen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen, mits hun ondernemingsvrijheid behouden blijft.
De onderzoekers concluderen dat zelfstandigen niet zozeer tegen solidariteit zijn, maar vooral duidelijkheid willen over regels, belastingen en inhuur.

Ook uit berichtgeving van Het Financieele Dagblad blijkt dat veel zzp’ers openstaan voor een gedeeltelijk verplichte regeling, zolang dit niet leidt tot extra administratieve lasten of verlies van fiscale voordelen.
De combinatie van beide onderzoeken laat zien dat er onder zelfstandigen een groeiend draagvlak ontstaat voor een vorm van sociale zekerheid — mits daar echte vrijheid tegenover staat.


Tijd voor actie

Financieel adviseurs en belangenorganisaties waarschuwen al langer dat het aantal zelfstandigen zonder pensioenvoorziening te hoog blijft.
Vroeg beginnen loont, want iedere euro die nu wordt ingelegd groeit jaren mee. Toch schuiven veel ondernemers het nog steeds voor zich uit.

De cijfers zijn duidelijk: slechts een kwart heeft een pensioenproduct, terwijl de rest nog geen concrete stappen heeft gezet.
Wie als zzp’er onafhankelijk wil blijven, doet er goed aan niet alleen te investeren in werk, maar ook in financiële rust voor later.

Deel dit bericht via:

Rijkswaterstaat neemt afscheid van honderden zzp’ers: onderhoud en doorstroming onder druk

0

Laatst bijgewerkt: 13 januari 2026, 17:07

Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Update 13 januari 2026 | Sinds publicatie van dit artikel is duidelijk geworden hoe Rijkswaterstaat de aanscherping van zzp-inhuur concreet invult. In de afgelopen maanden zijn de contracten van ongeveer 200 van de circa 700 zzp’ers beëindigd, omdat deze volgens Rijkswaterstaat niet voldeden aan de eisen rond arbeidsrelaties.

Tegelijkertijd benadrukt Rijkswaterstaat dat zzp-inhuur niet volledig wordt uitgesloten, maar alleen nog mogelijk is als opdrachten aantoonbaar voldoen aan de regels van de Wet DBA. Waar dat niet kan, wordt gekeken naar alternatieven zoals loondienst of detachering.

Deze recente feiten zijn duidelijk geworden via antwoorden op Kamervragen en berichtgeving over Rijkswaterstaat’s interne beoordeling van contractrelaties per januari 2026.


Rijkswaterstaat (RWS) bereidt zich voor om per 31 december afscheid te nemen van honderden zzp’ers. Volgens betrokkenen gaat het vooral om moeilijk te vervangen specialisten (projectleiders, ingenieurs, technisch managers en veiligheidskundigen). Door de aangescherpte handhaving op schijnzelfstandigheid vrezen zij vertraging bij onderhoud aan wegen, bruggen, tunnels en sluizen — met mogelijk meer files en stremmingen tot gevolg. RWS benadrukt dat samenwerking met zelfstandigen niet stopt, maar wel strikt volgens wet- en regelgeving moet plaatsvinden. 

Wat is er aan de hand?

  • In de aanloop naar de volledige handhaving van de Wet DBA, die per 1 januari 2025 is ingegaan, scherpen opdrachtgevers hun inhuurbeleid aan.
  • In en rond de organisatie wordt een puntensysteem gebruikt om te beoordelen of inzet als zelfstandige is toegestaan. ZZP’ers geven aan dat de uitkomst per persoon en project kan verschillen; RWS zegt in voorkomende gevallen naar alternatieve constructies (dienstverband of vervanging) te kijken.

“Op dit moment zijn er zo’n 700 zelfstandigen werkzaam voor Rijkswaterstaat,” aldus een woordvoerder. RWS sluit niet uit dat inwerk- en wervingstijd tot vertraging kan leiden als zzp’ers vertrekken.


Feiten in ’t kort

  • Tijdlijn: vertrek van “honderden” zzp’ers aangekondigd richting eind 2025 (rond 31 december).
  • Omvang: RWS huurt “ongeveer 700” zelfstandigen in; niet iedereen vertrekt, maar een groot deel ziet de huidige opdracht/constructie stoppen.
  • Aanleiding: einde handhavingsmoratorium en volledige handhaving op schijnzelfstandigheid per 1-1-2025, met in 2025 geen vergrijpboetes als aantoonbaar aan herstel wordt gewerkt. Naheffen kan weer (niet verder terug dan 1-1-2025), behalve bij kwaadwillendheid.

Gevolgen die betrokkenen noemen

Kennisverlies en vertraging

Zzp’ers die nu vertrekken hebben vaak projectspecifieke kennis (bruggen, sluizen, tunnels). Vervanging en inwerken kosten maanden, waardoor werkzaamheden kunnen uitlopen.

Risico’s voor bereikbaarheid

Gesproken betrokkenen waarschuwen voor achterstallig onderhoud en meer files/stremmingen, mede doordat nacht- en weekendtesten vaak in de flexschil worden belegd.

RWS: samenwerken kan, maar alleen rechtmatig

RWS zegt niet te willen “stoppen met zzp’ers” in algemene zin, maar geeft aan dat inzet alleen kan als de arbeidsrelatie voldoet aan de regels. Als verambtelijking (in dienst) niet lukt of onwenselijk is, volgt meestal werving voor een vacature.


Context: Wet DBA & handhaving (wat verandert er per 1 januari 2025?)

  • De Belastingdienst handhaaft weer volledig op schijnzelfstandigheid. Er is een overgangsjaar zonder vergrijpboete voor partijen die aantoonbaar herstellen; correcties en naheffingen zijn wél mogelijk.
  • De Belastingdienst geeft aan dat modelovereenkomsten geen zekerheid vooraf meer bieden; feiten en omstandigheden in de praktijk zijn leidend.

Wat betekent dit voor jou als zzp’er bij (semi)overheden?

  1. Check je opdracht op kerncriteria: autonomie in uitvoering, vervangbaarheid, meerdere opdrachtgevers, eigen materieel/risico.
  2. Leg je zelfstandigheid aantoonbaar vast: leveringsomvang, resultaatverplichting, wie regelt planning/aansturing.
  3. Bereid scenario’s voor: verambtelijking, detachering of tijdig alternatieve opdracht (ook buiten de rijksoverheid of in België/Duitsland). Signaal uit de markt is dat diverse specialisten alvast uitwijken of switchen van opdrachtgever.
  4. Communiceer proactief met inhuurdesk/leiding: vraag of en hoe je opdracht na 31-12 kan doorlopen binnen de regels.

Redactionele noot

Dit artikel is gebaseerd op eigen analyse van openbare berichtgeving. Kernfeiten zijn afkomstig van De Telegraaf (premium) en gecontroleerd aan de hand van AutoWeek en NT/Logistiek. De juridische/beleidsmatige context is geverifieerd bij Rijksoverheid en Belastingdienst. Links staan hieronder bij “Bronnen”.


Bronnen

  • De Telegraaf – “Honderden zzp’ers moeten weg bij Rijkswaterstaat door nieuwe wet: ‘Reken op meer files’” (11 nov 2025). (paywall/archief). Link: Telegraaf
  • AutoWeek – “Rijkswaterstaat neemt afscheid van zzp’ers: ‘Achterstallig onderhoud en files op komst’” (10 nov 2025). Link: AutoWeek
  • NT/Logistiek – “Rijkswaterstaat van plan te stoppen met inhuur honderden zzp’ers” (10 nov 2025). Link: NT
  • Rijksoverheid – “Vanaf 1 januari 2025 volledige handhaving op schijnzelfstandigheid” (6 sep 2024). Link: Rijksoverheid
  • Belastingdienst – “Arbeidsrelaties en handhaving door de Belastingdienst” (sinds 1 jan 2025, uitleg regime 2025). Link: Belastingdienst

Deel dit bericht via:

Scherper zzp-beleid zorgt voor minder zelfstandigen: “Onrust groeit, werk slinkt”

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in Nederland is in een jaar tijd met maar liefst 94.000 afgenomen. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het derde kwartaal van 2025. Tegelijkertijd groeit het totaal aantal werkenden verder door, waarmee de daling onder zelfstandigen extra opvalt.

Zzp-dip voor het eerst in jaren zichtbaar

Volgens het CBS werkten er het afgelopen kwartaal 1,67 miljoen zzp’ers in Nederland. Een jaar eerder waren dat er nog ruim 1,76 miljoen – een recordaantal. De terugval onder zelfstandigen is daarmee plots en fors. Het is de sterkste daling in jaren, na een periode waarin het aantal zzp’ers jarenlang min of meer gelijke tred hield met de groei van werknemers in loondienst.

Vooral bepaalde sectoren zien het aantal gewerkte uren door zzp’ers scherp dalen:

  • Industrie: -23%
  • ICT: -7%
  • Onderwijs: -10%

In bouw en zorg (sectoren waar vaak discussie over schijnzelfstandigheid speelt) is de daling minder uitgesproken, maar nog steeds merkbaar.

Strenge handhaving maakt opdrachtgevers voorzichtig

De afname valt samen met een aangescherpte aanpak van schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. Het kabinet trad in 2024–2025 strenger op tegen zzp-constructies die mogelijk niet voldeden aan de regels rondom loondienst en zelfstandigheid.

Hoewel dat beleid bedoeld is om uitbuiting en schijnconstructies tegen te gaan, lijkt het ook de positie van legitieme zzp’ers te raken. Steeds vaker kiezen opdrachtgevers voor behoudende alternatieven zoals payroll, detacheringsbureaus of directe contractering, waardoor zzp’ers opdrachten mislopen.

“De markt is onrustig. Veel opdrachtgevers durven simpelweg het risico niet meer aan”, zegt een arbeidsmarktexpert.

Politiek: VVD blijft grootste onder zzp’ers (maar verliest steun)

Uit een recente peiling van platform Zipconomy blijkt dat de VVD nog steeds de meeste stemmen krijgt onder zelfstandigen – bijna 23%. Toch is dat een forse daling ten opzichte van de vorige verkiezingen, toen ruim 33% van de zzp’ers op de VVD stemde.

Opvallend: juist de VVD stond aan het roer van het kabinet dat de strengere controles instelde. Desondanks waarderen veel zelfstandigen de partijstandpunten over ondernemerschap. D66 volgt op korte afstand met 21% van de zzp-stemmen, JA21, GroenLinks-PvdA en CDA krijgen elk rond de 9%.

Is de strijd tegen schijnzelfstandigheid in balans?

De grote vraag die nu speelt: levert de hardere aanpak wel op wat gehoopt werd? Vangt het echt misbruik aan de onderkant van de arbeidsmarkt af, of duwt het ook duizenden kansrijke ondernemers richting afname of onzeker werk?

Er is nog geen landelijk overzicht van wat er met die 94.000 zzp’ers is gebeurd. Zijn ze gestopt, gedwongen in loondienst gegaan, of blijven ze actief via payroll of bureaus die marge pakken over hun tarief? Dergelijke inzichten zijn essentieel voor een evenwichtig zzp-beleid.

Wat betekent dit voor jou als zzp’er?

Het blijft belangrijk om:

  • Je ondernemerschap goed te onderbouwen (meerdere opdrachtgevers, eigen risico, zelfstandige uitvoering).
  • Heldere afspraken vast te leggen in contracten die een echte opdrachtovereenkomst weerspiegelen.
  • Bewust te blijven van veranderingen in wet- en regelgeving, zoals de aanstaande Wet Verduidelijking Arbeidsrelaties.

Bronnen:

  • CBS, Arbeidsmarktdata Q3 2025
  • Zipconomy, Peiling stemvoorkeur zelfstandigen (nov. 2025)
  • Analyse van economische trends in de zzp-markt gebaseerd op berichtgeving in Het Financieele Dagblad
Deel dit bericht via:

Eén BV is géén oplossing: zzp’er stopt niet simpelweg met schijnzelfstandigheid

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Waarom de stap naar een bv geen politiemiddel is tegen het schijnzelfstandigheidsrisico

Advocaat-fiscalist Boris Emmerig waarschuwt zzp’ers en opdrachtgevers: het oprichten van een bv is niet automatisch een veilige haven tegen de risico’s van schijnzelfstandigheid. In zijn recente LinkedIn­post benadrukt hij dat het misverstand hardnekkig is dat een bv-structuur per definitie ontsnapt aan de arbeidsrechtelijke en fiscale aandacht rond zelfstandigen.

De kern: “Een bv is niet de oplossing”

Emmerig legt uit dat veel zzp’ers en opdrachtgevers denken dat de omzetting in een bv de schijnconstructie­problematiek oplost. Maar:

  • De fiscale en arbeidsrechtelijke toets kijkt vooral naar de werkelijke praktijk van de samenwerking, niet louter naar de juridische vorm.
  • Als de opdrachtnemer als bv werkt maar in de praktijk fungeert als werknemer (met instructiebevoegdheid, hoge afhankelijkheid, weinig ondernemerschapsrisico), dan blijft het risico van een dienstbetrekking of naheffing bestaan.
  • Het klassieke onderscheid tussen ondernemer en werknemer blijft zwaarwegend — dus ook bij een bv.

Waarom is dit zo relevant voor zzp’ers en opdrachtgevers?

Voor zzp’ers betekent dit dat zij niet kunnen hopen op structurele veiligheid door louter een bv op te richten. Voor opdrachtgevers betekent het dat ze niet zomaar kunnen aannemen dat de opdracht “in orde” is als het verleende werk via een bv loopt. Emmerig signaleert dat bij een echte (juridische) ontwarring van ondernemingsrisico, gezag, en ondernemersgedrag, pas sprake kan zijn van zelfstandigheid.

Belangrijkste aandachtspunten volgens Emmerig

Emmerig noemt een aantal praktische aandachtspunten die van belang zijn bij de beoordeling:

  1. Ondernemersgedrag: Heeft de opdrachtnemer echt ondernemersrisico? Maakt hij/zij eigen investeringen? Heeft hij/zij meerdere opdrachtgevers?
  2. Gezagsrelatie: Is er sprake van instructies of toezicht door de opdrachtgever die kenmerkend zijn voor werknemerschap?
  3. Vrijheid van uitleg en uitvoering: Mag de opdrachtnemer zelfstandig bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd?
  4. Praktijk versus papier: Een modelovereenkomst of bv-structuur betekent niets als de dagelijkse praktijk uitwijst op een dienstbetrekking.
  5. Bewijslast: De zzp’er/ondernemer én opdrachtgever moeten aantonen dat zij zich daadwerkelijk bevinden buiten een dienstbetrekking.

Implicaties voor de zzp-markt

Voor de grote groep zzp’ers betekent dit dat de overgang naar een bv of het kopen van een modelovereenkomst geen panacee is. Wie denkt daarmee het risico te elimineren, loopt het gevaar alsnog geconfronteerd te worden met naheffingen, boetes of zelfs de kwalificatie ‘werknemer’. Emmerig wijst op de noodzaak van voortdurende evaluatie: “Niet alleen vandaag, maar ook in de praktijk morgen moet blijken dat de samenwerking blijft passen bij zelfstandigheid.”

Wat kun je doen? Praktische stappen

  • Analyseer je werkrelatie: Breng in kaart of je meerdere opdrachtgevers hebt, eigen investeringen doet en autonoom werkt.
  • Zorg dat je administratie klopt: Documentatie, facturen, bv-structuur moeten aansluiten bij de feitelijke situatie.
  • Gebruik geen bv als vluchtweg: Zie de bv-vorm niet als vrijbrief, maar als instrument dat ondersteunend kan zijn — mits de inhoud klopt.
  • Evalueer regelmatig: Werk je nog steeds als echte ondernemer of verschuift de verhouding richting opdrachtgever-werknemer?
  • Vraag deskundig advies: Juridische en fiscale begeleiding kunnen helpen voorkomen dat je onbedoeld in de gevarenzone komt.

Conclusie

Met zijn post onderstreept Boris Emmerig opnieuw dat zelfstandigheid in Nederland niet louter een kwestie is van juridische vorm, maar van feitelijke realiteit. Voor zzp’ers en opdrachtgevers: een bv is geen automatisme voor veilige zelfstandigheid. Het gaat om het echte ondernemerschap, de feitelijke omstandigheden en het oog voor balans in de relatie. Het is tijd om verder te kijken dan de buitenkant — de praktijk telt.

Boris Emmerig · Advocaat en belastingadviseur / Tax lawyer bij Holla Legal & Tax

Linkedin

Deel dit bericht via:

Weinig effect, veel onrust: zzp’ers bezorgd over aanpak schijnzelfstandigheid

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Intro

De overheid intensiveert de handhaving op schijnzelfstandigheid, maar de resultaten blijven beperkt. Terwijl slechts een kleine groep zzp’ers daadwerkelijk geraakt lijkt, groeit de onrust in brede kring — vooral in sectoren als zorg, ICT en toerisme.


Lichte daling aantal zzp’ers

Uit het rapport Een decennium zzp-dossier van ZiPconomy, ONL voor Ondernemers en HeadFirst Group blijkt dat het aantal zelfstandigen zonder personeel in Nederland in 2025 voor het eerst in jaren licht is gedaald, met ongeveer 4,2 %ten opzichte van vorig jaar.
De afname komt vooral uit de groep zelfstandigen die producten verkopen of diensten aan particulieren leveren. De zzp’ers die hun arbeid aan organisaties aanbieden — vaak onderwerp van discussie rond schijnzelfstandigheid — laten een minder sterke daling zien.


Onzekerheid groeit

Volgens onderzoek overweegt inmiddels één op de vijf zzp’ers te stoppen door de voortdurende onduidelijkheid over de Wet DBA, de aankomende Wet VBAR en de handhaving van schijnzelfstandigheid.
Vooral in de zorg en ICT merken zelfstandigen dat opdrachtgevers voorzichtiger worden. De angst om ‘fout’ te zitten zorgt ervoor dat contracten worden stopgezet of niet worden verlengd.

Daarnaast is inmiddels ongeveer een derde van alle zzp’ers 55 jaar of ouder. Dat maakt de groep kwetsbaarder voor beleidsveranderingen en economische schommelingen.


Handhaving met beperkt bereik

Hoewel de Belastingdienst en de Inspectie SZW hun controles hebben opgevoerd, blijft het zichtbare effect klein. De meeste gevallen die worden onderzocht, gaan over duidelijke schijnconstructies. De grote groep zelfstandigen die aantoonbaar ondernemersrisico loopt en meerdere opdrachtgevers heeft, blijft grotendeels buiten schot.

Tegelijkertijd speelt de afkoelende economie een rol: minder opdrachten, strengere voorwaarden en fiscale aanpassingen zorgen ervoor dat sommige zzp’ers vrijwillig afhaken.


Wat kun je als zzp’er doen?

  • Beoordeel je positie: Werk je langdurig voor één opdrachtgever of ben je ingebed in een organisatie? Dan is extra alertheid nodig.
  • Zorg voor meerdere opdrachtgevers: Dat versterkt je ondernemerschap en verkleint het risico op een schijnzelfstandigheidsoordeel.
  • Leg afspraken goed vast: Heldere contracten en communicatie over verantwoordelijkheden helpen bij controles.
  • Volg de ontwikkelingen: De wetgeving verandert snel. Blijf op de hoogte via betrouwbare bronnen en belangenorganisaties.

Conclusie

De aanpak van schijnzelfstandigheid heeft tot nu toe weinig zichtbaar effect, maar zorgt wél voor veel onzekerheid. Zzp’ers voelen de gevolgen van het beleid vooral in de houding van opdrachtgevers. Wie als zelfstandige wil blijven werken, moet zich blijven positioneren als echte ondernemer — met duidelijke afspraken, eigen risico’s en meerdere klanten.


Deel dit bericht via:

Zzp’ers huishoudelijke hulp in Heusden komen in actie: “Wij gaan niet over in loondienst”

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Zzp’ers die huishoudelijke hulp leveren in de gemeente Heusden hebben een petitie gelanceerd tegen een voorgenomen overgang naar loondienst bij nieuwe contractpartijen. Aanleiding is de lopende aanbesteding huishoudelijke hulp, waarbij de gemeente een voorlopige gunning aan twee partijen heeft afgegeven. Die partijen zouden personeel werven in loondienst; zelfstandig werkende hulpen zeggen daar niet in mee te willen gaan. Bron: BD.nl

Petitie: “Wij gaan niet mee over in loondienst”

De actie is zichtbaar op Petities.com, waar initiatiefnemers toelichten dat zij bewust voor het zzp-schap hebben gekozen — onder meer vanwege zelfstandigheid, meervoudige opdrachtgevers en flexibiliteit. Op het moment van raadplegen telt de petitie rond de 109 handtekeningen (aantallen kunnen doorlopen).

Officiële ontvangst bij de gemeente

De petitie is als ingekomen stuk geregistreerd in het publieke raadsinformatieportaal (iBabs) van de gemeente Heusden onder de titel “Petitie zzp’ers – Wij gaan niet mee over in loondienst”. Dat bevestigt de formele indiening bij de lokale overheid.

De context: spanning rond aanbesteding en continuïteit voor cliënten

Eerder dit jaar uitten verschillende (niet-geselecteerde) aanbieders zorgen over de haalbaarheid van een grootschalige overname van cliënten onder de nieuwe contractering. In publicaties werd gesproken over circa 1.050 van de 1.700 cliënten (ongeveer 62%) die zouden moeten overstappen — wat tot logistieke en personele knelpunten kan leiden. Hoewel namen van winnende partijen in de voorlopige gunning niet publiek zijn gemaakt, schetst dit de druk op de uitvoering. Bron: Noordbrabant Headliner

Wat betekent dit voor zzp’ers?

Voor zelfstandig huishoudelijke hulpen spelen nu drie vragen:

  1. Opdrachtencontinuïteit: Komen er nog directe inhuurconstructies bij de nieuwe contractpartijen of alleen loondienst? (Nog onduidelijk; signalen gaan richting loondienstwerving.) Bron: BD.nl
  2. Contractvrijheid: De petitie benadrukt behoud van meerdere opdrachtgevers en eigen tariefafspraken—typisch zzp-kenmerken die bij loondienst vervallen. Bron: Petities.com
  3. Cliëntrelaties: Bij grootschalige overnames kan bestaande inzet verschuiven, wat zowel voor cliënten als hulpen aanpassingen betekent. 

Standpunt gemeente en vervolg

De iBabs-registratie laat zien dat de gemeenteraad en het college de petitie formeel ontvangen hebben. Een inhoudelijke reactie of beleidswijziging is op het moment van schrijven nog niet gepubliceerd in de openbare stukken; de aanbesteding zit in de fase van voorlopige gunning. Verdere besluiten of een (tussentijdse) raadsreactie worden via het publieke raadsportaal verwacht. Bron: Heusden Bestuurlijke Informatie

Praktische tips voor zzp’ers huishoudelijke hulp

  • Volg de iBabs-pagina van Heusden voor nieuwe stukken en besluitvorming over huishoudelijke hulp.
  • Documenteer cliëntcontacten en inzet (uren, afspraken), zodat je bij eventuele overgang helderheid hebt voor opdrachtgevers en cliënten.
  • Check contractopties zodra de definitieve gunning en inkoopvoorwaarden bekend zijn: zzp-inhuur, onderaanneming of alleen loondienst.
  • Bundel je stem via branche- of regionale netwerken én blijf constructief in gesprek met gemeente en (nieuwe) aanbieders.
  • Blijf binnen wet- en regelgeving (VAR/DBA, schijnzelfstandigheid): leg afspraken schriftelijk vast en bewaak ondernemerscriteria.

Bronnen (openbaar toegankelijk)

  • Petitie “Wij gaan niet mee over in loondienst!” (context en actuele handtekeningenteller). Geraadpleegd 22 okt 2025 op Petities.com.
  • Gemeente Heusden – iBabs publieksportaal (ingekomen stuk: Petitie zzp’ers – Wij gaan niet mee over in loondienst). Geraadpleegd 22 okt 2025.
  • Achtergrond over omvang cliëntovername en zorgen bij aanbieders (samenvattende weergave door aggregators die refereren aan regionale dagbladen). Geraadpleegd 22 okt 2025.

Opmerking van de redactie: Het oorspronkelijke nieuwsbericht “ZZP’ers huishoudelijke hulp in Heusden in actie: ‘Wij gaan niet over in loondienst’” verscheen in het Brabants Dagblad en is gemarkeerd als Premium (achter paywall). In dit artikel is uitsluitend gewerkt met openbare bronnen (petitie, raadsinformatieportaal en openbare samenvattingen) om auteursrechten te respecteren en paywall-content niet te reproduceren.

Deel dit bericht via:

Zzp-beleid speelt sleutelrol bij verkiezingen: 37 procent van zzp’ers stemt op basis van wetgeving

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Voor ruim een derde van de zelfstandigen is politiek zzp-beleid doorslaggevend in het stemhokje. Dat blijkt uit een verkiezingsonderzoek van de Freelance Markt Index (FMI), waaruit naar voren komt dat 37 procent van de zzp’ers hun stemkeuze baseert op plannen rond wetgeving voor zelfstandigen.

Het onderzoek, waarover eerder werd bericht door De Ondernemer, peilde de mening van zelfstandigen en opdrachtgevers over actuele thema’s als handhaving op schijnzelfstandigheid, de opvolging van de Wet DBA, en de geplande verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV).

Uit de peiling blijkt dat veel ondernemers onzeker zijn over hun toekomstpositie. Onduidelijke regels over wat echte zelfstandigheid is, maken opdrachtgevers terughoudend en zetten druk op tarieven. Ook leeft bij veel zzp’ers de wens dat er eindelijk duidelijkheid en keuzevrijheid komt binnen de wetgeving.

Volgens het FMI-onderzoek voelen veel zelfstandigen dat politiek beleid direct invloed heeft op hun werk en inkomen. Daarmee is zzp-beleid niet langer een randonderwerp, maar een beslissende factor in de verkiezingen van dit najaar.


Bronnen: Freelance Markt Index (FMI), De Ondernemer, Rijksoverheid.

Lees ook: Verplichte AOV voor zzp’ers: aangepast wetsvoorstel naar Raad van State — premie 5,4% (max. €171), wachttijd 2 jaar

Lees ook: Standpunten en plannen voor zzp’ers in verkiezingsprogramma’s (Tweede Kamer, 29 oktober 2025)

Deel dit bericht via:

Zzp’ers en zorg centraal tijdens Het Groot Arbeidsmarktdebat: politiek zoekt balans tussen vrijheid en zekerheid

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Tijdens het Groot Arbeidsmarktdebat van maandag 20 oktober in Den Haag stond opnieuw de vraag centraal hoe Nederland zijn arbeidsmarkt toekomstbestendig kan maken. De discussie draaide om flexibiliteit, zekerheid en de groeiende groep zelfstandig ondernemers. Daarbij was opvallend veel aandacht voor de rol van zzp’ers, vooral in sectoren waar personeelstekorten nijpend zijn, zoals de zorg.

Vanuit verschillende politieke partijen en brancheorganisaties klonk de roep om duidelijkheid. De voortdurende onzekerheid over wetgeving rond zelfstandigen zou de markt afremmen, zowel voor ondernemers als voor opdrachtgevers. Veel deelnemers benadrukten dat een moderne arbeidsmarkt niet zonder zelfstandigen kan, maar dat de regels beter moeten aansluiten bij de praktijk.

In de zorgsector, waar de inzet van zelfstandigen fors is toegenomen, kwamen de spanningen scherp naar voren. Ziekenhuizen en zorginstellingen zijn steeds vaker afhankelijk van zelfstandige professionals om roosters rond te krijgen. Tegelijkertijd groeit de zorg over de betaalbaarheid en continuïteit van zorg wanneer vaste dienstverbanden worden vervangen door tijdelijke inhuur. Volgens meerdere deelnemers is het belangrijk dat nieuwe wetgeving recht doet aan beide kanten: de behoefte aan flexibiliteit én de noodzaak van kwaliteit en zekerheid voor patiënten.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid herhaalde dat het kabinet werkt aan nieuwe regelgeving om de grens tussen werknemers en zelfstandigen duidelijker te trekken. Die wet moet volgens het ministerie in 2026 in werking treden en meer rechtszekerheid bieden aan zowel zelfstandigen als opdrachtgevers. Tijdens het debat werd duidelijk dat Kamerleden vooral willen dat dit proces versneld wordt.

Voor zzp’ers zelf is het debat opnieuw een signaal dat hun positie stevig op de politieke agenda staat. De richting lijkt helder: zelfstandigen blijven een onmisbare schakel in de economie, maar er is dringend behoefte aan moderne regels die ondernemerschap niet belemmeren, maar juist ondersteunen. Vooral in sectoren als de zorg zal die balans de komende jaren bepalend zijn voor hoe Nederland werkt.

Lees ook: Standpunten en plannen voor zzp’ers in verkiezingsprogramma’s (Tweede Kamer, 29 oktober 2025)

Deel dit bericht via:

Kabinet worstelt met ‘holistische toets’: onzekerheid voor zzp’ers blijft

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

De discussie over de juridische positie van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) blijft onverminderd actueel. Ondanks jaren van beloftes en commissies lukt het opeenvolgende kabinetten nog steeds niet om duidelijke wetgeving te maken voor de snel groeiende groep zelfstandigen. De nieuwste ontwikkeling – een zogenoemde holistische toets – moet duidelijkheid brengen, maar lijkt in de praktijk juist méér vragen op te roepen.

Belastingdienst hervat handhaving op schijnzelfstandigheid

Na bijna tien jaar pauze is de Belastingdienst begin dit jaar weer begonnen met het actief handhaven op schijnzelfstandigheid. Bedrijven die zelfstandigen inhuren zonder dat de werkrelatie echt ondernemerschap weerspiegelt, kunnen naheffingen en boetes verwachten. Dat geldt met name voor sectoren als de zorg, transport en bezorgdiensten.

In het artikel “Een holistische toets voor de zelfstandige” in EW Magazine beschrijft journalist Jeroen van Wensen hoe de overheid deze toets inzet om te beoordelen of iemand daadwerkelijk zelfstandig onderneemt of feitelijk in loondienst is. Daarbij weegt de fiscus alle omstandigheden van het geval mee: de aard van het werk, het commerciële risico, de mate van zelfstandigheid en de manier waarop iemand wordt beloond.

Geen simpele checklist

Dat klinkt logisch, maar de praktijk blijkt weerbarstig. De toets kent geen vaste criteria of heldere grenzen. Daardoor weten opdrachtgevers én zelfstandigen niet goed waar ze aan toe zijn. “Het blijft gissen wanneer je volgens de Belastingdienst echt ondernemer bent,” merkt een fiscalist op.

Vooral in de zorgsector en onder platformwerkers, zoals Deliveroo-bezorgers en Uber-chauffeurs, zorgt de nieuwe aanpak voor onzekerheid. Ook huisartsenpraktijken, waar zzp-inzet gebruikelijk is, worstelen met de vraag hoe ze moeten voldoen aan de fiscale regels zonder hun flexibiliteit te verliezen.

Reactie vanuit de praktijk

Op LinkedIn leidde het EW-artikel tot veel discussie. Joost van Ladesteijn, founding partner en advocaat bij Vertex Legal BV, deelde het stuk en benadrukte dat de zogenoemde holistische benadering “alle omstandigheden relevant maakt, maar daardoor de praktijk juist complexer en onvoorspelbaarder.”

Volgens Van Ladesteijn is het van groot belang dat beleidsmakers zorgen voor eenduidige criteria en een werkbare handhaving, zodat ondernemers niet langer tussen wal en schip vallen. “Zonder duidelijke kaders blijft iedereen in onzekerheid – van opdrachtgever tot zelfstandige.”

De reacties onder zijn bericht laten zien dat veel zzp’ers en juristen die zorg delen. Een van de meest gelikete opmerkingen vat het goed samen: “We willen geen speciale behandeling, alleen duidelijke regels.”

Kabinet aan zet

De verwachting is dat het kabinet later dit jaar opnieuw met een wetsvoorstel komt dat de arbeidsrelatie tussen zzp’er en opdrachtgever moet verduidelijken. Tot die tijd blijft de handhaving gebaseerd op deze brede, holistische toets — en daarmee blijft ook de onzekerheid bestaan.

Deel dit bericht via:

Zzp’ers verdienen duidelijkheid: fix uitvoering, geen nieuwe wet

0

Laatst bijgewerkt: 16 oktober 2025, 12:25

AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Het opiniestuk op ZiPconomy van Joost van Ladesteijn bepleit minder focus op nieuwe labels rond schijnzelfstandigheid en meer nadruk op begrijpelijke uitleg, voorspelbare handhaving en hulpmiddelen die opdrachtgevers en zzp’ers écht helpen. Kernboodschap: beoordeel arbeidsrelaties in samenhang en richt processen in op resultaat, niet op aanwezigheid.

Onze duiding: voor zzp’ers betekent dit vooral beter vastleggen wat je levert (resultaat en acceptatie), hoe je werkt (ondernemersruimte), en hoe je samenwerkt (output-sturing, evaluatiemomenten). Voor opdrachtgevers: houd contract en uitvoering gelijk, en documenteer keuzes. Daarmee verlaag je risico’s zonder nieuwe afkortingen af te wachten.

Bron (lees het volledige stuk):
Joost van Ladesteijn, “Van schijnbeweging naar stevigheid: tijd voor een echt pluriform, wendbaar en weerbaar arbeidsbestel”, ZiPconomy: https://www.zipconomy.nl/2025/10/van-schijnbeweging-naar-stevigheid-tijd-voor-een-echt-pluriform-wendbaar-en-weerbaar-arbeidsbestel/

Deel dit bericht via:

Bouwsector twijfelt aan slagkracht Belastingdienst bij handhaving schijnzelfstandigheid

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

In de bouw groeit de nervositeit over de handhaving op schijnzelfstandigheid sinds het einde van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025. Branchepartijen en vakbond FNV vragen zich af of de Belastingdienst genoeg capaciteit heeft om effectief te controleren, nu boetes dit kalenderjaar nog achterwege blijven maar naheffingen en correcties al wel kunnen worden opgelegd.

Wat is er veranderd sinds 1 januari 2025?

De Belastingdienst werkt weer volgens de normale regels: bij vastgestelde schijnzelfstandigheid kunnen direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen volgen. Boetes worden in 2025 nog niet opgelegd, maar die uitzondering vervalt na dit jaar. Terugwerkende kracht geldt tot 1 januari 2025 (behoudens kwaadwillendheid).

Capacitietsvraag: 80 fte voor repressieve handhaving

Meerdere officiële documenten en interviews noemen een handhavingscapaciteit van circa 80 fte voor toezicht achteraf (boekenonderzoeken). De Belastingdienst zelf temperde eerder de verwachting van een “handhavingsmarathon”: er komen niet plots meer controles, maar de zachte landing (zonder boetes) is tijdelijk.

Waarom juist de bouw oplet

De bouw is een sector met veel inleen van zzp’ers en lange ketens van bemiddelaars. FNV wijst op malafide tussenpersonen en te lage uurlonen; opdrachtgevers riskeren correcties als een arbeidsrelatie feitelijk loondienst is. Bouworganisaties adviseren al langer om opdrachtgeversverklaringen, heldere contracten en ondernemerskenmerken (meerdere opdrachtgevers, eigen materialen/risico) aantoonbaar op orde te hebben.

Wat betekent dit concreet voor zzp’ers en aannemers?

  • Directe financiële risico’s liggen bij opdrachtgevers. Zij kunnen naheffingen loonheffingen krijgen als de Belastingdienst loondienst vaststelt.
  • 2025 = geen boetes, wél naheffingen. Gebruik dit jaar om dossiers te repareren; vanaf 2026 kunnen boetes volgen.
  • Focus op feiten & uitvoering. Werk je langdurig fulltime onder leiding en toezicht van één partij zonder ondernemersrisico? Dan ligt loondienst juridisch dichterbij.
  • Intermediairs onder het vergrootglas. Bemiddelaars die feitelijk als uitzendbureau opereren lopen verhoogd risico bij controles.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Geldt de handhaving met terugwerkende kracht?
Alleen over de periode vanaf 1 januari 2025, tenzij sprake is van kwaadwillendheid of het negeren van eerdere aanwijzingen.

Krijg je in 2025 een boete?
Nee, voor 2025 zijn verzuim- en vergrijpboetes opgeschort. Naheffingen en correcties kunnen wel.

Hoeveel controlecapaciteit is er?
De Belastingdienst noemt rond 80 fte voor repressieve handhaving. Verwacht dus geen massale razzia’s, maar wel gerichte onderzoeken.


Bronnen

Deel dit bericht via:

Tweede Kamer wil ‘zachte landing’ schijn-zzp verlengen tot eind 2026 — kabinet was tegen

0

Laatst bijgewerkt: 7 oktober 2025, 11:11

Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Noot redactie – 7 oktober 2025: In een Kamerbrief van 6 oktober bevestigt het kabinet dat de motie om de ‘zachte landing’ tot eind 2026 te verlengen niet wordt uitgevoerd; 2025 geen boetes (wel handhaving), vanaf 1 januari 2026 kúnnen boetes bij schijnzelfstandigheid terugkeren.


NB (3 okt 2025)
De Tweede Kamer vroeg het kabinet gisteren om de boetevrije ‘zachte landing’ bij schijn-zzp te verlengen tot eind 2026. Moties zijn niet bindend. In 2025 blijft: geen boetes, wél volledige handhaving.

In 3 punten

  • Nu (2025): de Belastingdienst controleert weer volledig, maar legt geen boetes op. Wel kan er worden gecorrigeerd/na­geheven (meestal niet verder terug dan 1-1-2025).
  • Kamerwens (2 oktober 2025): boetevrij werken ook in 2026 laten gelden (verlenging ‘zachte landing’ t/m 31-12-2026).
  • Wat jij eraan hebt: minder boeterisico nu, maar wél je opdrachtrelatie goed inrichten en vastleggen.

Voorbeeld: werk je als planner op het rooster van de opdrachtgever en krijg je dagelijkse aansturing? Dan neigt de relatie naar loondienst in plaats van zzp.

Wat geldt er nu (2025)?

  • De pauze op handhaven is voorbij: de Belastingdienst mag weer toetsen of werk loondienst of zzp is.
  • In 2025 krijg je geen boete bij schijn-zzp, maar wél correcties/naheffingen (vaak niet verder terug dan 1-1-2025).
  • Belangrijk: het gaat om de praktijk (hoe er echt gewerkt wordt), niet alleen om het contract.

Wat wil de Tweede Kamer voor 2026?

De Tweede Kamer vroeg via motie om verlenging van de ‘zachte landing’ tot eind 2026. Het kabinet voert die motie niet uit. De lijn blijft: 2025 geen boetes; per 1 januari 2026 kunnen boetes weer worden opgelegd.

Zo pak je het aan (als zzp’er of opdrachtgever)

  1. Check de opdracht: is er aansturing/gezag en ben je ingebed in team/rooster? Dan past loondienst eerder dan zzp.
  2. Maak ondernemerschap zichtbaar (als het kán): resultaatafspraken, eigen middelen, vervangingsmogelijkheid.
  3. Leg het vast: opdrachtomschrijving, resultaatafspraken, hoe je werkt, wie planning/aansturing bepaalt.
  4. Herijk periodiek: bij langer lopende opdrachten elk kwartaal een korte check.
  5. Handige tools (niet bindend, wel houvast): Publieks-keuzehulp “Zzp ja of nee?” (oriëntatie) en de Webmodule beoordeling arbeidsrelaties (indicatie voor opdrachtgevers).

Update — 3 oktober 2025

De Tweede Kamer nam op 2 oktober 2025 moties aan om de ‘zachte landing’ te verlengen tot eind 2026 en handhaving te richten op structureel misbruik. Dit is een verzoek aan het kabinet (niet bindend). Tot de kabinetsreactie bleef voor 2025 alles zoals hierboven beschreven.


Kader: in 1 minuut bij de les (2016–2026)

  • 2016–2024: ‘handhavingsmoratorium’ – vooral ingrijpen bij kwaadwillendheid of negeren van aanwijzingen; boetes waren uitzonderlijk.
  • 2025: volledige handhaving, geen boetes (zogenoemde ‘zachte landing’). Wel naheffing/correctie mogelijk.
  • 2026: kabinet wil boetes hervatten per 1-1-2026; motie tot verlenging van de ‘zachte landing’ wordt niet uitgevoerd.

Veelgestelde vraag (kort)

“Loop ik in 2025 boeterisico?”
Nee. In 2025 geen boetes. Wél kan de Belastingdienst corrigeren/naheffen als het schijn-zzp is. Voor 2026: houd rekening met terugkeer van boetes per 1-1-2026, omdat de motie om te verlengen niet wordt uitgevoerd.

Lees ook: Rijksoverheid lanceert keuzehulp ‘Het juiste contract: zzp ja of nee?’


Update 6 oktober 2025 – Enkele media meldden dat het kabinet “besloten heeft” tot boetes per 2026. Voor de goede orde: er was geen nieuwe uitspraak of besluit van die dag; de berichtgeving duidde de Kamerbrief van 2 oktober 2025 waarin het kabinet aangaf de ‘zachte landing’ niet te verlengen (2025: geen boetes; vanaf 1 januari 2026 kunnen boetes terugkeren). Op 6 oktober heeft het kabinet vervolgens expliciet per brief gemeld dat de motie tot verlenging niet wordt uitgevoerd.


Bronnen:
Kamerbrief 2 oktober 2025 – gevolgen verlengen ‘zachte landing’ (kabinet tegen verlenging). Link
Kamerbrief 6 oktober 2025 – kabinet voert motie Ergin c.s. níet uit (geen verlenging tot eind 2026). Link
Belastingdienst – Arbeidsrelaties & handhaving (2025: geen boetes; wel naheffing/correctie, doorgaans niet vóór 1-1-2025). Link

Deel dit bericht via:

UWV stopt met zzp-verzekeringsartsen: WIA-wachtlijsten dreigen verder op te lopen

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Door strenger optreden tegen schijnzelfstandigheid schakelt UWV vanaf 1 oktober 2025 aanzienlijk minder zzp-verzekeringsartsen in. Daardoor kunnen de toch al lange wachttijden voor WIA-keuringen verder oplopen. Dat bevestigen betrokkenen en wordt gemeld door De Ondernemer.

Wat is er aan de hand?

  • UWV maakt een pas op de plaats met het inhuren van zzp-verzekeringsartsen uit vrees voor naheffingen of boetes rond schijnzelfstandigheid.
  • Het gevolg: duizenden zieke werknemers moeten mogelijk nog langer wachten op hun WIA-beoordeling, die bepaalt of en in welke mate iemand arbeidsongeschikt is.

Politieke context

Voormalig minister Van Hijum (Sociale Zaken) erkende recent in de Tweede Kamer dat de aangescherpte fiscale handhaving rond zzp-inhuur UWV in de weg zit. Opvallend daarbij: sommige overheidsdiensten, waaronder de Belastingdienst, mogen wél doorwerken met zelfstandigen, terwijl UWV die ruimte nu niet neemt.

Reacties uit het veld

Volgens Cristel van de Ven (Vereniging Zelfstandigen Nederland) leidt de huidige aanpak tot overmatige voorzichtigheid bij opdrachtgevers. Een kerncitaat: “Werkgevers zijn veel te voorzichtig geworden.”

Wat betekent dit voor zzp’ers (en opdrachtgevers)?

  • Minder vraag naar zzp-verzekeringsartsen bij UWV zolang de onzekerheid voortduurt.
  • Hogere druk op vaste capaciteit: interne teams van UWV krijgen meer werk, wat wachttijden voor cliënten kan verlengen.
  • Breder afschrikeffect: ook andere publieke en private opdrachtgevers kunnen voorzichtiger worden met zzp-inhuur in cruciale functies. (Analyse op basis van dezelfde ontwikkelingen.)

Waarom dit ertoe doet

Langere WIA-doorlooptijden raken werknemers, werkgevers én zelfstandigen: cliënten wachten langer op duidelijkheid, werkgevers op beslissingen over loondoorbetaling en re-integratie, en zzp’ers op opdrachten bij publieke instellingen.


Bron: berichtgeving en citaten via De Ondernemer (1 oktober 2025). 

Deel dit bericht via:

Rijksoverheid lanceert keuzehulp ‘Het juiste contract: zzp ja of nee?’ – voorkom schijnzelfstandigheid

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Opdrachtgevers en zelfstandigen kunnen met een nieuwe keuzehulp in tien vragen inschatten of een opdracht eerder wijst op zzp of op loondienst. De tool staat op de Rijksoverheid-website en is bedoeld als praktische leidraad voor het gesprek tussen opdrachtgever en zzp’er: hij geeft geen juridisch oordeel, maar laat zien welke kenmerken in jouw situatie zwaarder wegen.

Wat doet de keuzehulp wel — en wat niet?

  • Wel: vragen over aansturing/gezaginbedding in de organisatie en ondernemersrisico. Na afronden krijg je een indicatie (zzp of loondienst) met aandachtspunten.
  • Niet: het is geen bindend oordeel van Belastingdienst of rechter. De uitkomst helpt om de juiste contractvorm te kiezen of de opdracht aan te passen.

Zo gebruik je ’m praktisch

  1. Doorloop de 10 vragen en bekijk de toelichting bij je uitkomst (link).
  2. Check sectorvoorbeelden (o.a. zorg, bouw, onderwijs) om te zien welke factoren in jouw branche de doorslag geven.
  3. Ben je opdrachtgever? Gebruik aanvullend de Webmodule beoordeling arbeidsrelaties voor extra houvast en leg je overwegingen vast (link).

Waarom nu relevant?

Sinds 1 januari 2025 wordt weer volledig gehandhaafd op schijnzelfstandigheid. De keuzehulp ondersteunt opdrachtgever en zzp’er om vooraf bewuster keuzes te maken en — waar nodig — de praktijk van samenwerken bij te sturen.

Wat betekent dit voor zzp’ers en opdrachtgevers?

  • Leg vast hoe er écht gewerkt wordt. De praktijk weegt zwaarder dan het contract.
  • Maak ondernemerschap zichtbaar: resultaatafspraken, eigen middelen, vervanging kunnen organiseren, werken buiten het strakke organisatorische kader (waar passend en verantwoord).
  • Beoordeel periodiek opnieuw bij langere opdrachten of als werkzaamheden wijzigen.

Direct naar de tool: Rijksoverheid keuzehulp zzp ja of nee of navigeer via de Rijksoverheid-pagina over schijnzelfstandigheid.

Deel dit bericht via:

Deadline-alert: EU-btw over 2024 vóór 1 oktober terugvragen

0

Laatst bijgewerkt: 3 oktober 2025, 18:00

Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Heb je in 2024 btw betaald in andere EU-landen (tankbonnen, hotel, beurskosten, etc.)? Dien je verzoek in vóór 1 oktober 2025 via het Nederlandse portaal. Verzoeken die daarna binnenkomen, worden mogelijk niet meer behandeld door het EU-land.

Zo dien je het in (kort)

  1. Inloggegevens aanvragen/hebben voor het portaal Teruggaaf van btw uit andere EU-landen.
  2. Log in en dien je verzoek over 2024 in, met factuurgegevens per land.
  3. Drempels: minimaal €50 (jaar of restant met december) of €400 (≥3 maanden, <1 jaar).

KVK bevestigt: 30 september is de deadline op de ondernemerskalender.

Bronnen

Belastingdienst – Wanneer kunt u een verzoek doen? (deadline vóór 1 oktober). 
Belastingdienst – Hoe vraag ik btw terug uit een ander EU-land? (stappen & drempels).
KVK – Belangrijke data voor ondernemers (30 september: EU-btw). 

Deel dit bericht via:

Minister: afname zzp’ers in zorg/kinderopvang kán duiden op minder schijn-zzp — ‘in beginsel positief’

1
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Als de recente daling van het aantal zzp’ers in thuiszorg en kinderopvang samenhangt met minder schijnzelfstandigheid, noemt het kabinet dat “in beginsel een positieve ontwikkeling”. Dat schrijft minister Bruijn (VWS) in antwoorden op Kamervragen naar aanleiding van berichtgeving over een forse afname van zzp-inschrijvingen in deze sectoren. Tegelijk benadrukt de minister dat het nog te vroeg is om harde conclusies te trekken over de omvang en oorzaken.

Geen ‘strengere’ regels — wel einde aan moratorium

Volgens Bruijn is per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium voor loonheffingen opgeheven, waardoor de Belastingdienst weer volledig kan handhaven. Dat betekent geen nieuwe of strengere wetgeving, maar een terugkeer naar handhaving van de bestaande regels: loondienst als er gezag is, zzp als het werk zelfstandig kan.

Effecten nog onduidelijk: extra data dit najaar

De minister wijst erop dat een lager aantal zzp’ers niet automatisch betekent dat er minder mensen in zorg of opvang werken; professionals kunnen ook zijn overgestapt naar loondienst of uitzendconstructies. Om de ontwikkeling beter te duiden, laat VWS via AZW/CBS extra onderzoek doen; resultaten worden dit najaar verwacht.

Continuïteit en kwaliteit

Volgens VWS hoeft een daling van zzp-inzet niet ten koste te gaan van de kwaliteit of continuïteit. Werkgevers zijn primair verantwoordelijk en moeten inzetten op goed werkgeverschap en een flexibele schil met contractvormen die passen binnen de regels.

Geen sectorspecifieke uitzondering

Er komt geen uitzondering voor de zorg op de handhaving van de zzp-regels, aldus Bruijn. Uitzonderingen acht het kabinet juridisch en beleidsmatig onwenselijk; het terugdringen van schijnzelfstandigheid moet bijdragen aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt.


Wat betekent dit voor zzp’ers en opdrachtgevers?

  • Check je arbeidsrelatie: opdrachtverlening in zorg en opvang wordt scherper getoetst; werk dat feitelijk onder gezag gebeurt, hoort in loondienst.
  • Verwacht meer loondienst-/uitzendopties: instellingen bouwen flexibele schillen met contracten binnen de regels.
  • Meer duidelijkheid volgt: houd de AZW/CBS-data in de gaten voor feitelijke effecten per branche.

Bronnen: Antwoorden op Kamervragen (19-09-2025) – VWS/Tweede Kamer; berichtgeving Skipr.

Zet je ervaring of knelpunten met inhuur/contractvormen in de zorg of opvang uiteen? Reageer onder dit artikel of mail de redactie — we verzamelen praktijkcases voor een vervolg.

Deel dit bericht via:

VBAR-besluit ter consultatie: reageer t/m 13 oktober

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Het kabinet heeft het Besluit verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBAR) geopend voor internetconsultatie. Het besluit werkt het wetsvoorstel VBAR uit en geeft per hoofdelement concrete indicaties. Reageren kan tot en met 13 oktober 2025.

Wat staat er in het besluit?

De beoordeling draait om twee hoofdelementen:

  1. Werkinhoudelijke/organisatorische sturing, en
  2. Werken voor eigen rekening en risico.
    Per element zijn vijf indicaties opgenomen.

Indicaties bij sturing (werknemerschap):

  • Bevoegdheid om aanwijzingen/instructies te geven die moeten worden opgevolgd.
  • Controle en mogelijkheid om bij te sturen.
  • Werk binnen het organisatorisch kader van de opdrachtgever.
  • Structureel karakter van de werkzaamheden.
  • Vergelijkbaarheid met werk van werknemers.

Indicaties bij eigen rekening & risico (zelfstandigheid):

  • Financieel risico/resultaat ligt bij de werkende.
  • Herkenbaar zelfstandige uitvoering (richting derden).
  • Specifieke expertise die niet structureel in de organisatie aanwezig is.
  • Korte duur/beperkt aantal uren.
  • Kenmerken van ondernemerschap voor vergelijkbaar werk (extern).

Let op: indicaties worden in samenhang gewogen; het is géén simpele afvinklijst. (Zie toelichting bij het conceptbesluit.)

Waarom dit belangrijk is

Het besluit moet de praktijktoets op “gezag” concreter maken, zodat opdrachtgevers en zzp’ers vooraf betere keuzes kunnen maken en uitvoerders/inspectie consistenter kunnen handhaven.

Reageren

Inzenden kan online via de consultatiepagina; openbare reacties worden gedurende de consultatie gepubliceerd. Deadline: 13 oktober 2025.

Tijdpad (voorbehoud)

Beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel VBAR is momenteel 1 juli 2026; dit besluit sluit daarbij aan. Definitieve data volgen na afronding wetgevingstraject. 

Deel dit bericht via:

APB dag 1: geen woord over zzp — migratie en defensie domineren [dag 2 update]

0

Laatst bijgewerkt: 19 september 2025, 09:35

Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Dit artikel is aangevuld met een Dag 2-update onderaan.

Den Haag, 18 september 2025 — Wie tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) hoopte op duidelijkheid voor zzp’ers, kwam bedrogen uit. In het ongecorrigeerde plenaire verslag van woensdag 17 september komt “zzp/zzp’ers/VBAR” niet expliciet voor. De eerste termijn stokte bovendien na negen partijleiders; het debat wordt vandaag vervolgd.

Wat wél centraal stond

  • Migratie/asiel — GL-PvdA-leider Frans Timmermans kreeg stevige vragen van VVD, CDA en NSC over het beperken van de instroom (zie o.a. het NOS-liveblog van dag 1).
  • Gaza/Israël — Het debat verschoof geregeld naar geopolitiek; interventies van DENK en BBB zorgden voor felle uitwisselingen (zie NOS-liveblog).
  • Defensie — CDA-leider Henri Bontenbal pleitte voor een “vrijheidsbijdrage” om hogere defensie-uitgaven te dekken (idem NOS-liveblog).
  • Campagnetoon — Meerdere media typeerden de eerste dag als sterk profilerend en minder begrotingsinhoudelijk (zie o.a. Volkskrant liveblog).

En ondernemers/bedrijven dan?

Over ondernemers werd slechts zijdelings gesproken, vooral in brede lijnen.

  • SP (Jimmy Dijk) zette vraagtekens bij private-equity-invloed (“Nederland in de uitverkoop”).
  • NSC (Eddy van Hijum) legde accenten bij bestaanszekerheidminimumloonenergiebelasting en arbeidsmigratie.
    Kortom: het belang van ondernemers voor de economie kwam impliciet terug (via defensie­financiering, arbeidsmigratie, koopkracht), maar een inhoudelijk blok over ondernemerschap/zzp ontbrak op dag 1.

Stand van het zzp-dossier: VBAR in de wachtkamer

Het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) ligt sinds 7 juli 2025 bij de Tweede Kamer. Het beoogt scherpere criteria voor wanneer iemand als zelfstandige kan werken en introduceert een rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage uurtarieven (rond €36/uur). In APB-dag 1 kwam VBAR niet ter sprake. Lees meer in het Kamer­dossier en op Rijksoverheid.

Wat betekent dit nu voor jou als zzp’er?

  • Geen nieuwe toezeggingen of beleidswijzigingen uit APB-dag 1.
  • Volg de VBAR-behandeling in de Kamer; dáár wordt het echte zelfstandigendebat gevoerd.
  • Contract & tarief: blijf je arbeidsrelatie en uurtarief goed onderbouwen zolang de spelregels (nog) niet zijn gewijzigd.

TL;DR voor zzp’ers

  • Geen expliciete zzp-uitspraken op dag 1.
  • Debat draaide om migratie, Gaza/Israël en defensie; campagnestemming overheerste.
  • VBAR ligt bij de Kamer; rechtsvermoeden bij lage uurtarieven (~€36/uur) maakt onderdeel uit van het voorstel, maar niet besproken in APB-dag 1.

Update dag 2: VVD wil sneller duidelijkheid voor zzp’ers; geen nieuw beleid

  • VVD (Yeşilgöz): in de officiële samenvatting van de eerste termijn benadrukt Yeşilgöz dat de onzekerheid voor zzp’ers te lang duurt en dat er snel wetgeving moet komen. (Samenvatting “Kamer in het kort”.)
  • Kleine werkgevers & tweede ziektejaar: SP (Dijk) en VVD (Yeşilgöz) dienden een motie in om voor kleine werkgevers het 2e ziektejaar loondoorbetaling te vervangen door een collectieve voorziening. Relevante ondernemersmaatregel, niet specifiek voor zzp’ers.
  • Belasting- en toeslagenstelsel: NSC (Van Hijum) kwam met een motie voor een ‘deltacommissie’ die een grondige herziening/vereenvoudiging van het stelsel moet voorbereiden; kan indirect schelen in complexiteit voor ondernemers en zelfstandigen.
  • Geen doorbraak op zzp-wetgeving: in de dag 2-verslagen en motie-overzichten geen nieuwe stappen rond VBAR (rechtsvermoeden/criteria).
  • Debatfocus dag 2: bleef vooral liggen bij migratie/grensbewakingboerkaverbodGaza/Israël en defensie; diverse moties daarover behaald/meerderheden gescoord.

Kortom voor zzp’ers: er is politiek aandacht gevraagd voor snel duidelijkheid, maar geen nieuw, concreet beleid besloten. Het inhoudelijke zzp-dossier (VBAR) blijft bepalend zodra het in behandeling komt.

Deel dit bericht via:

Verplichte AOV voor zzp’ers: aangepast wetsvoorstel naar Raad van State — premie 5,4% (max. €171), wachttijd 2 jaar

0
Beeld: AI, redactie ZZP Nieuws © 2025

Het kabinet heeft vrijdag 12 september 2025 het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz) voor advies naar de Raad van State gestuurd. Het voorstel is aangepast na kritiek van UWV en Belastingdienst; beide organisaties achten de uitvoering nu “onder voorwaarden” mogelijk.

De kern in 6 punten

  • Premie: 5,4% van de winst, met een plafond van circa €171 bruto per maand (bedrag volgt uit huidig minimumloon en kostenraming; bij lagere winst betaal je minder).
  • Wachttijd: 2 jaar voordat de uitkering start (in plaats van 1 jaar in het oude plan).
  • Uitkering: maximaal het wettelijk minimumloon tot aan de AOW-leeftijd
  • Opt-out: toegestaan met een gelijkwaardige private AOV; er komt een jaarlijks overstapmoment (einde kalenderjaar).
  • Combinatie loondienst + zzp: wie via WIA al recht heeft op een uitkering op minimumloonniveauhoeft geen premie te betalen voor de Baz.
  • Status & timing: eerst Raad van State, daarna Tweede en Eerste Kamer; ingangsdatum nog onduidelijk. Eerder werd door uitvoerders zelfs 2030 als vroegst mogelijke invoeringsjaar genoemd.

Reakties uit het veld

  • VZN (koepel zelfstandigen): “We waren eerst tegen, nu vinden we het voorstel acceptabel,” aldus voorzitter Cristel van de Ven; wachttijd 2 jaar maakt de premie lager, maar enthousiasme is niet unaniem (NOS).
  • FNV Zelfstandigen: “Geen vetpot, maar wel goed dat het zo betaalbaarder wordt.” (NOS)
  • ZZP Nederland blijft kritisch en noemt het aangepaste wetsvoorstel “niet genoeg” voor zelfstandigen (ZZP Nederland).

Afgelopen vrijdag stond dit nieuws in nagenoeg alle media — hieronder een opsomming om terug te lezen

  • NU.nlVerplichte verzekering arbeidsongeschiktheid kost zzp’er tot €171 per maandLink naar artikel
  • NOSKabinet: verplichte zzp-verzekering kan goedkoper bij latere uitkering (uitleg 5,4% en 2 jaar wachttijd). Link naar artikel
  • NOSZZP’ers voorzichtig positief over verzekering (citaten VZN en FNV Zelfstandigen). Link naar artikel
  • TrouwKabinet zet verplichte verzekering arbeidsongeschiktheid voor zzp’ers door (max. €171 per maand). Link naar artikel
  • de VolkskrantAlle zzp’ers verplicht verzekerd… premie 5,4% van de winstLink naar artikel
  • Nederlands DagbladAangepast voorstel voor zzp-verzekering naar Raad van StateLink naar artikel
  • De OndernemerZZP’er moet zich verzekeren: verplichte AOV kost straks €171 p/m (uitkering na 2 jaar)Link naar artikel

Bottom line van de berichtgeving is: premie 5,4% van de winst met plafond ~€171 p/mwachttijd 2 jaaruitkering tot WMLopt-out bij gelijkwaardige private AOV, en voorstel ligt nu bij de Raad van State. Deze bedragen zijn gebaseerd op het huidige minimumloon en kunnen dus meebewegen.

Waarom deze aanpassingen?

Het kabinet zegt met de langere wachttijd de uitvoeringsdruk te verlagen en de premie betaalbaar te houden. De 2 jaar sluit aan bij de periode waarin werkgevers loon doorbetalen voordat WIA ingaat; bovendien kan de uitkering vaker op definitieve inkomensgegevens van de Belastingdienst worden gebaseerd, wat terugvorderingen moet beperken.

Door een basisverzekering te introduceren zorgen we dat iedereen zekerheid heeft,” aldus demissionair minister Mariëlle Paul (SZW).

Wat betekent dit voor jou?

Zolang de wet nog niet is aangenomen, verandert er nu niets. Houd er wel rekening mee dat je in het nieuwe voorstel de eerste 24 maanden arbeidsongeschiktheid zelf moet overbruggen (bijvoorbeeld via buffer, broodfonds of andere aanvulling).


Na het advies van de Raad van State moet het wetsvoorstel nog worden goedgekeurd door eerst de Tweede Kamer en daarna de Eerste Kamer. Tijdslijn:

Reken op grofweg een jaar tot twee jaar vanaf nu, met grote variatie per dossier.

  • Raad van State (advies): gemiddeld 2–3 maanden
  • Tweede Kamer: gemiddeld 7–9 maanden (in 2024/’25 lag het gemiddelde zelfs rond 330 dagen).
  • Eerste Kamer: gemiddeld 3–4 maanden (2024/’25: ca. 110 dagen).
  • Bekrachtiging & inwerkingtreding: na aanname volgt ondertekening en publicatie; de ingangsdatum wordt apart bepaald en kan nog weken tot maanden later liggen.

In een vlot scenario kan het na het RvS-advies in 9–15 maanden rond zijn; realistischer is 12–24 maanden, zeker bij politiek gevoelige of complexe wetsvoorstellen. 

Ga hier naar het wetsvoorstel op rijksoverheid.nl


Zie hier wat politieke partijen vinden van onder meer verplicht verzekeren nu er in oktober verkiezingen zijn: ZZP Kieswijzer Verkiezingen 2025.

Deel dit bericht via: